Home


Brieven – deel 7

Misschien heeft de prent van “De Brede en de Smalle Weg” ook wel bij jullie thuis gehangen, zoals ik die hier ook op menig orthodoxe wand nog steeds zie. “Gaat in door de enge poort”, heet het dan en het is pijnlijk om te zien dat de christenen die poort abusievelijk aan het begin van de smalle weg geplaatst hebben, terwijl die aan het eind van die weg behoort te staan en dan wordt het een fundamenteel ander verhaal. Al die kerken met al die gelovigen staan langs de brede weg, de wereld, die tot verderf voert en ze begrijpen niet dat die God van hen hen in zijn goedertierenheid zoveel ellende bezorgt, maar er zijn daar ook zoveel verleidingen. Afscheid nemen van de wereld en de smalle weg betreden, levert een moeizame en eenzame reis op, maar er is een glorieus einde.

Anarchisme, (van an=zonder en archein=heersen) is net zo’n gecorrumpeerd woord als God, vrijheid en liefde en het is gênant te lezen wat mensen onder het mom van anarchie, God, vrijheid en liefde allemaal durven te beweren. Heersen heeft met controle en macht te maken en al die anarchisten reduceren dat tot de macht van de staat, terwijl dat slechts een uitvloeisel is van de macht en de controle die mensen op zichzelf en elkaar uitoefenen. Ze zien het bouwwerk, maar niet de stenen waar het uit is opgebouwd. Ze vergeten dus naar zichzelf te kijken en denken dat als ze de structuren maar veranderen, de mensen ook wel zullen veranderen en dat is een illusie. De echte anarchist, die de evangelisten hebben proberen te schetsen in de personificatie van Jezus, is degene die zoals in The Lord of the Rings zijn ring teruggebracht heeft naar Mordor, die afstand heeft gedaan van alle macht en controle in welke vorm dan ook, over zichzelf en zijn over medemensen, dus ook kinderen.

Als iemand ergens in gelooft, wil dat zeggen dat hij dat op gezag van anderen doet en het niet zelf ervaren heeft. Als iemand gelooft dat je door bacteriën ziek kunt worden, praat hij alleen anderen na. Als iemand gelooft dat de Jezus door zijn kruisdood ons vrijgekocht heeft, kan hij zich daar niets bij voorstellen, bovendien ervaart hij die vrijheid helemaal niet en daarom praat hij slechts anderen na. Als iemand gelooft in de evolutietheorie of een creationist is, heeft hij een theoretische constructie in zijn denkraam ingebouwd, waardoor hij naar de werkelijkheid kijkt en waardoor hij niet meer kan zien wat hij ziet. Als iemand seks als een primaire behoefte ziet, zal dat zijn hele manier van leven en denken mede bepalen.

Er is een wezenlijk verschil tussen geloven in een God en het ervaren van het onuitsprekelijke. Als er in Exodus 20:4 staat: “Gij zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is”, wil dat in wezen zeggen dat het niet mogelijk is een beeld te maken van “God”. Verder is het een merkwaardig gebod, zoals elk gebod overigens, want je kunt pas een gesneden beeld maken als je in je hoofd een beeld hebt gecreëerd, zoals jij ook alleen wat op het canvas kunt zetten als het zich eerst in je hoofd gevormd heeft en wat er eigenlijk mee bedoeld wordt is dat als je van het Al een beeld probeert te maken, je onherroepelijk de mist in gaat. “God” is voorbij het denken en kun je alleen ervaren en ik weet dat ik me op glad ijs begeef als ik je toch probeer uit te leggen wat dat betekent, maar het is zoiets als je één voelen met alles, je geborgen weten, je onkwetsbaar voelen. “God” ervaren is “God” zijn. Ik geloof dus niet in God.

Het is inderdaad zelfs zo dat kinderen niet blanco geconcipieerd worden. In ontregelde mannen worden zaadcellen geproduceerd, in ontregelde vrouwen worden eicellen door die ontregeling beïnvloed en daaruit groeit een kind, in een baarmoeder, waarin het milieu verstoord wordt door angsten, onrust, spanningen, en emoties van de moeder, waar het gevoed wordt via de navelstreng die alle hormonale ontregelingen op de groeiende foetus overdragen. Het is eigenlijk ongelofelijk dat er nog ogenschijnlijk gezonde kinderen worden geboren. En dan komen ze ter wereld in een gezin, een gezinssysteem, waar de koek al verdeeld is en er plaats gemaakt moet worden voor de boreling, waar het al dan niet gewenst is, waar een andere plaats wordt ingeruimd als het een jongetje is dan wanneer het een meisje is, waar de kinderen die er al zijn, moeten opschuiven, aandacht moeten delen, waar een complex systeem van regels en een rangorde heerst en waarin het gedrag van elk individu afhankelijk is van het gedrag van alle andere leden. Alle gedrag is communicatie en beïnvloedt derhalve de andere gedragingen en wordt erdoor beïnvloedt, een gedragspatroon dat de leden van het gezin gaan vertonen noemen wij dan hun karakter. Het gezin is de hoeksteen van de maatschappij en met al die zieke hoekstenen hebben wij deze zieke maatschappij gebouwd.

* * *

Nog een aardig gedichtje dat voor mij de wereld van mijn medemensen weerspiegelt:

“Gelijk in ‘t koortsig walend brein
De wilde hersenspoken
Met uitgelaten schatergrijns
ontvlammen en verroken
Zo zweept de dolle noodorkaan
Met hartontzetbaar grimmen
Langs ‘t opgeruide wolkenzwerk
Zijn rosse solferschimmen” (Didymus, Thomas Johannes Werndly 1860)

In deze wereld bestaat geen “wij”. Mensen zijn zoals Aldous Huxley dat schrijft in “The Doors of Perception”: eilanduniversums. “Wij leven samen, wij handelen naar en reageren op elkaar; maar altijd en in alle omstandigheden zijn wij op onszelf. De martelaren gaan hand in hand de arena binnen; alleen worden zij gekruisigd. In hun omarming trachten de geliefden wanhopig hun afzonderlijke extases in één enkele zelf-transcendentie te doen opgaan; vergeefs. Uit de aard van zijn natuur is elke belichaamde geest gedoemd in eenzaamheid te lijden en te genieten. Sensaties, gevoelens, inzichten, fantasieën - deze zijn alle privé, en behalve door symbolen en tweedehands, niet communiceerbaar. Wij kunnen informatie over onze ervaringen bijeenbrengen, maar nooit de ervaringen zelf. Van gezin tot staat is elke menselijke groep een gemeenschap van eiland-universums.”
Hij maakt daarin weliswaar de vergissing dat hij er vanuit gaat dat het uit de aard van de natuur van de mens is, terwijl het uit de aard van de het verbreken van de band met de natuur is dat mensen zichzelf en elkaar niet meer kunnen bereiken. En daarom zijn mensen conglomeraten van vele ikken, die in wezen wezensvreemd zijn, wilde hersenspoken, die mensen laten doen en zeggen, wat ze eigenlijk helemaal niet willen doen en zeggen. Ieder mens is het middelpunt van zijn eigen universum en in dat universum waant hij zich zijn eigen regisseur en de regisseur over alle toneelspelers die hun spel spelen in het toneelstuk waar de regisseur tevens zijn eigen hoofdrol speelt en dat geldt evenzo voor alle toneelspelers afzonderlijk. Allemaal regisseurs en hoofdrolspelers in hun “eigen” toneelstuk, waar de ander dan weer een speler in is. Allemaal mensen die een spel spelen waar ze zelf het scenario niet van hebben geschreven. Niemand kiest in welke situatie dan ook uit al die ikken die ik die het spel met de ander speelt, maar het is het ik dat het spel van de ander kent die zich dan op de voorgrond dringt. De rol die de ander speelt bepaalt dus welk ik boven komt drijven, maar het blijft een spel, een machtsspelletje, waarin beiden de ander de rol willen laten spelen die in hun toneelstuk past, in hun verwachtingen, hun plannen, hun ingebeelde toekomst, in hun streven naar controle, naar handhaving van hun zelf- en wereldbeeld en daar hebben ze anderen voor nodig en daardoor blijven mensen afhankelijk en onvrij. Als mensen zeggen dat ze de ander respecteren, bedoelen ze daar doorgaans mee dat ze de ander zijn rol gunnen, zijn meningen, overtuigingen, en alle andere wanen, en verlangen als tegenprestatie dat de ander dat ook bij hen doet. Als mensen zeggen dat ze elkaar aanvoelen, bedoelen ze daar doorgaans mee dat ze het scenario van het spel van de ander kennen, weten wat de ander van hen verwacht en wil. Alle conflicten tussen mensen zijn terug te voeren tot het banale feit dat de ander zich niet aan de spelregels houdt die de een voor hem in petto heeft. Alle boosheid, ergernis, jaloezie, en alle andere emoties zijn daarop terug te voeren.
Hartstocht en verliefdheid blazen inderdaad het eigen controlesysteem tijdelijk omver en maken mensen blind voor de consequenties van hun gedragingen, laat ze van de ander accepteren, wat ze anders nooit zouden accepteren, maar het bezit van de zaak is het eind van het vermaak en eenmaal weer teruggekeerd tot de orde van de dag, neemt het machtsspel weer zijn oude vorm aan met alle consequenties van dien.

* * *

Als je het helemaal met jezelf eens zou zijn, zou je niets meer te vertellen hebben. Als je het helemaal met mij eens zou zijn zouden wij elkaar niets meer te vertellen hebben. Als je jezelf zou begrijpen zou je mij begrijpen. Je luistert naar jezelf zoals je naar mij luistert en waar je het niet met jezelf eens bent, ben je het ook niet met mij eens. Je bent helder en duidelijk in de beelden die je beschrijft en je gaat de mist in waar je je op “men”, de anderen, beroept, de talking-heads, die denken dat ze de problemen die het volgen van hun hoofd oproept, met hun hoofd kunnen oplossen.
De mysticus Johannes Ruusbroec heeft het over “het sieraad der geestelijke bruiloft”, waarin Christus onze bruidegom is, “de Wijsheid des vaders, die spreekt en gesproken heeft, inwendiglik” en nog steeds dragen Roomsche nonnen een trouwring, als teken van dat verbond, hoewel het tragisch is dat ze er niets van begrijpen. “Felle pijn kwelt mij dag en nacht en rooft mij den slaap. Ik smacht naar het ontmoeten van de Liefste en ik vind geen vreugde meer in het huis mijns vaders” schreef de Soefi-mysticus Kabir. En als hij het dan begrepen heeft: “zijn er nog woorden nodig als het hart dronken is van Liefde?” Dat is het erotiserende, het zinderende van het ontmoeten van jezelf..

Ik verbaas me er altijd over hoe weinig christenen weten van de geschriften, waar ze hun leer op baseren, hoe slecht ze op de hoogte zijn van de geschiedenis van het oorspronkelijke christendom, hoe weinig ze weten van wat al diegenen die door hen verketterd zijn gezegd hebben. Als jij zegt: “Mijn leven is met Christus verborgen in God”, kan ik me niet voorstellen dat je daar een beeld bij hebt en als je er geen beeld bij hebt, zijn het loze woorden.

Hans Goedkoop, tot voor kort literatuurcriticus bij NRC/Handelsblad heeft net “Het verhaal dat het leven moet veranderen” geschreven. Hij begint de inleiding met:

“Voor wie het leven in de werkelijkheid vreest, is er, zoals bekend, de uitweg van een leven in de kunst. Dat biedt een beetje afstand tot de dingen en een ongewone vrijheid om te doen en laten waar je zin in hebt. maar ook die vrijheid blijkt vervolgens weer vreeswekkend, want een leven in de kunst vraagt om het maken van een kunstwerk en geen mens is zo alleen als wie een kunstwerk maakt. Zij wordt omringd door haar obsessies, raakt in de ban van wat pas zal bestaan als zij het heeft geschapen en komt daarmee dicht bij een definitie van krankzinnigheid. Zij wordt beheerst door wat er niet is. De mens kan weinig werkelijkheid verdragen, zoals T.S. Eliot al zei. maar dat wil nog niet zeggen dat hij beter tegen de verbeelding kan.”

Scheppen is dus helemaal niet zo leuk en het is dus waar dat mensen zich dood werken omdat ze bang zijn voor het leven. En Paul Lafargue, schoonzoon en secretaris van Karl Marx schreef in zijn boek “Het recht op luiheid”: “Een zonderlingen waanzin heeft de arbeidersklasse bevangen van de landen waarin de kapitalistische beschaving overheerst. Deze waanzin is de liefde voor de arbeid, de woedende hartstocht om te werken... In plaats van tegen deze afwijking in te gaan, hebben de economen de arbeid als allerheiligst verklaard.”
Werken is dus voor de dwazen.

Wat ik goed noem, heeft niets met zedelijke voorschriften te doen, maar is eenvoudig het goed zijn van de eigen natuur. Wat ik goed noem, heeft niets met menselijkheid en plichtsbetrachting te doen, maar is eenvoudig het vrij laten uitwerken van de oorspronkelijke aard. Wat ik goed horen noem, heeft niets met het vernemen der buitenwereld te doen, maar is eenvoudig een luisteren naar het innerlijk zelf. Wat ik goed zien noem, heeft niets met het waarnemen der dingen buiten te doen, maar is eenvoudig een schouwen van het innerlijk zelf. Wie zichzelf niet ziet, maar de buitenwereld, wie zich zelf niet bezit, maar de dingen buiten zich, die bezit slechts het vreemde en niet het eigene bezit, die bereikt het andere en niet zichzelf. Maar wie aldus het andere en niet zichzelf bereikt, die dwaalt gelijkelijk, hetzij in overmaat of in tekortkoming, en ik schaam mij over hem ten aanzien van Tau en de Deugd. (Tsjwang-Tze)

* * *

“Kan onwetendheid bestaan, waar kennis is? Waar onwetendheid is, daar moet kennis sterven. Hoe kan liefde zijn waar begeerte is? Waar liefde is, daar is geen begeerte” schrijft Kabir. Je moet bedenken dat het citaat van Kabir ook maar een vertaling is, van woorden en begrippen die helaas niet eenduidig zijn. Misschien is het duidelijker als er zou staan:
“Kan er begrijpen zijn, waar kennis is? Waar begrijpen is, daar moet kennis sterven. Hoe kan er belangeloosheid zijn waar ik iets van de ander wil? Waar belangeloosheid is, is geen begeerte.”
Kennis of geleerdheid heeft te maken met constructies en systemen van begrippen, afspraken gebaseerd op hypothesen, waar mensen ongebreideld mee kunnen spelen en dat noemen ze dan nadenken. Begrijpen of wijsheid heeft te maken met ervaren. Zo kan ik met kennis van pijntheorieën verklaren, waarom mijn hand pijn ervaart als ik ermee tegen een hete kachel kom, maar ik begrijp, mijn gevoel zegt, dat ik dat de volgende keer niet meer moet doen. Het is verbijsterend als je in de bijbel leest hoe vaak die twee zaken door elkaar gehaald worden, overigens net als in de Taoïstische geschriften. Hoewel dat eigenlijk zeer begrijpelijk is als je je realiseert dat al die geschriften opgeschreven, vertaald en aangepast zijn door geleerden. Als het niet anders kon is het een enkele keer ontsnapt, zoals bij Lao Tze, die schrijft dat geleerden niet wijs en wijzen niet geleerd zijn en in Prediker, waar staat dat wie kennis vermeerdert, smart vermeerdert. Wijsheid en kennis zijn dus per definitie tegenstrijdig. Hoe meer kennis hoe dwazer, hoe minder kennis, hoe wijzer. Daarom is het uitermate kwetsend als je een geleerde wijsheid toewenst.

Jeremia (17:7)
Hij wil geen halfheid
Geen half hart, ook geen half vertrouwen.
Zijn begeren, dat wij ons op Hem zullen verlaten, heeft zijn oorsprong in Zijn heilige liefde die ons weder tot onze rang van Koningskinderen wil opheffen
Vandaar dat zoveel teleurstellingen tot deel zijn voor degenen die op mensen blijven hopen.
Doe weg dat alles, zegt de Here
Durf alleen staan als een koningseik.
Waag het alleen met Uw God in alle dingen, ook in het moeilijkste.

Wat er in wezen staat is dat het niet en/en is maar of/of. En de bijbel staat daar vol van. Of je vertrouwt de anderen of je vertrouwt op jezelf (je eigen daimon, zoals de Stoïcijnen dat noemden, je eigen Logos, je geweten, je Natuur, die Jezus in je hartje, maar het is óf het een óf het ander, want “waart gij maar koud of heet. Zo dan omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen (Openb. 3:16).” Of je kiest voor de hemel of voor de hel, voor wijsheid of geleerdheid, voor die andere of voor deze wereld, voor werkelijkheid of schijn, voor eerlijkheid of de leugen. Durf je los te maken, hou op met het sluiten van compromissen, durf alleen te staan als een koningseik. Waag het alleen met jezelf, hoe moeilijk het ook lijkt. Dat en niets anders staat daar.

Met hetzelfde gemak zeggen mensen dat ze nu eenmaal crimineel zijn, homofiel, manisch-depressief, verlegen, onzeker, een vat vol tegenstrijdigheden, erfelijk belast en ze halen dan de wetenschap aan om te verklaren waarom ze nu eenmaal zo zijn. Zij blijven dus op mensen hopen. Er is geen enkele reden om je wilde tuin te wieden, als je je daar gelukkig en behaaglijk bij voelt en weer met door mensen geconstrueerde theorieën te verklaren dat die wilde tuin jou nu eenmaal toebedeeld is en dat je het daarmee moet doen, maar dat houdt in dat je een selectief geheugen moet koesteren, dat doorlopend je onverzoenlijke tegenstrijdigheden met elkaar moet proberen te verzoenen en daar wordt een mens heel moe van.
Maar wat is het begrip harmonie? Wat mensen doorgaans onder harmonie verstaan is het compromis, de gewapende vrede, het evenwicht tussen enerzijds en anderzijds, ze noemen het zelfs de Gulden Middenweg, de kool en de geit sparen, op twee paarden rijden, maar dat heeft niets met harmonie te maken.

Wat de psychiaters, depersonalisatie en derealisatie noemen zijn symptomen van een ontwakend nieuw bewustzijn, hoe angstig mensen dat verlies van controle ook mogen vinden. Psychiaters hebben daar dus ook medicijnen tegen, opdat mensen niet zouden ontwaken.

Rousseau was een ziener, heeft gezien, maar was niet radicaal genoeg en heeft zich, ook in zijn Emile, daardoor verstrikt in de uitwerking van zijn visie. Overigens is in mijn ogen het meest heldere en radicale stuk van het boek, de “Geloofsbelijdenis van de Savoyaardse kapelaan”, waarin hij bijvoorbeeld schrijft:

De hemel zij dank, wij zijn nu verlost van al die ontzettende filosofische poespas; we kunnen immers mens zijn zonder geleerde te zijn; we hebben ons een leven gewijd aan studie van de moraal bespaard en met minder kosten een zekerder gids verworven, die ons door de onafzienbare doolhof van de menselijke opinie zal leiden. Maar het is niet genoeg dat die gids er is; we moeten hem kunnen herkennen en volgen. Waarom wordt hij door zo weinigen verstaan, als hij tot ieders hart spreekt?
Het komt allemaal op hetzelfde neer, maar bij de filosofen zul je het nooit vinden.

* * *

Het “oer”woud is het oorspronkelijke woud, waarin alles wat leeft in volstrekte harmonie met elkaar verkeert, waar alles is zoals het bedoeld is en waar antithetiek een begrip uit een andere wereld is. Daar is geen oerang oetan die denkt dat hij moslim is, geen kolibrie die denkt dat hij christen is, geen aardvarken, wat denkt dat hij een Nederlander is, geen okapi, die denkt dat hij politicus is. Daar zijn dus ook geen meningsverschillen, geen angst voor de toekomst, geen scholen waar aanslagen op gepleegd worden.

Wij zijn de voze mensen
Wij zijn de opgezette mensen
Leunend tegen elkaar
Het kopstuk gevuld met stro. Helaas!
Onze verdroogde stemmen, als
We samen fluisteren
Zijn zacht en betekenisloos
Als wind in droog gras
Of rattengetrippel over gebroken glas
In onze droge kelder

Vormloze gestalte, kleurloze schaduw
Verlamde kracht, gebaar zonder beweging;

Zij die de weg volgden,
Met priemende ogen, naar het andere koninkrijk van de Dood
Herinneren zich ons - als ze dat al doen - niet als verloren
Gewelddadige zielen, maar slechts
Als de voze mensen
De opgezette mensen.

II

Ogen die ik in een droom niet zou willen tegenkomen
In het dromenrijk van de dood
Die verschijnen niet:
Daar, zijn de ogen
Zonlicht op een gebroken zuil
Daar, zwiept een boom
En stemmen zingen
In de wind
Verder verwijderd en plechtstatiger
Dan een vervagende ster.

Laat me niet dichter bij zijn
In het dromenrijk van de dood
Laat me ook zulke
Uitgekiende vermommingen dragen
Rattenjas, kraaienhuid, gekruiste roeden
In een weide
Me gedragend zoals de wind zich gedraagt
Niet dichter bij --

Niet die laatste ontmoeting
In het koninkrijk der schemering

III

Dit is het dode land
Dit is cactussenland
Hier worden de stenen beelden
Opgetild, hier ontvangen zij
De smeekbede van een dode man’s hand
Onder het geflonker van een vervagende ster.

Is het zo ook
In het andere koninkrijk van de dood
Waar we eenzaam waken
In het uur dat we
Beven van tederheid
Lippen die zouden willen kussen
Prevelen gebeden voor steengruis.

IV

De ogen zijn niet hier
Er zijn hier geen ogen
In deze vallei van de stervende sterren
In deze voze vallei
Deze gebroken kaak van onze verloren koninkrijken

Op deze laatste der ontmoetingsplaatsen
Klampen wij ons aan elkaar vast
En vermijden elk woord
Terwijl we samenklonteren op het strand van de gezwollen rivier

Stekeblind, tenzij
De ogen weer tevoorschijn komen
Als de eeuwige ster
Veelbladige roos
Van het schemerige koninkrijk des doods
De hoop slechts
Van lege mensen.

V

En zij maakte van boter een cactusvijg
Een cactusvijg, pardoes
“Kzal je prikken, kzal je prikken”
Zei de cactusvijg.

Tussen de gedachte
En de werkelijkheid
Tussen de beweging
En de daad
Valt de schaduw

Want Uw Koninkrijk kome

Tussen de verwekking
En de schepping
Tussen de emotie
En het antwoord
Valt de Schaduw

Het leven is erg lang

Tussen het verlangen
En de kramp
Tussen de kracht
En het bestaan
Tussen de essentie
En het verval
Valt de Schaduw
Want Uw Koninkrijk kome

Want Uw
Want leven
Want Uw Koninkrijk ko...

Zo eindigt de wereld
Zo eindigt de wereld
Zo eindigt de wereld
Niet met een knal maar met een zacht janken.

T. S. Eliot, 1925. (vertaling Willem Minderhoudt)

Elk jaar zijn er alleen al in Nederland de afgelopen tien jaar 30.000 echtscheidingen, worden tienduizend kinderen door hun ouders fysiek mishandeld, afgezien van alle geestelijke mishandeling, sterven over de hele wereld miljoenen kinderen van de honger en door ziekten, allemaal medemensen, allemaal evenveel waard, allemaal kinderen die recht hebben op een gelukkig leven, recht op liefhebbende ouders, en Theo van Gogh was daar slechts een van. Hij moest zo nodig zijn hoofd boven het maaiveld uitsteken in een wereld waarin dat niet kan, waarin kindertjes tot moslim en christen worden misvormd, met haat en agressie gevoed worden in plaats van met liefde, waarin ze leren dat ze een mening moeten hebben, die ze vervolgens moeten verdedigen en jij verbaast je erover dat in Nederland nu gebeurt wat er gebeurt, terwijl het onontkoombare logische gevolgen zijn van onze krankzinnige manier van leven. Slachtoffer en dader zijn tot elkaar gedoemd en het volk roept ach en wee en wijst met de vinger naar de schuldige en zij weten van niets. “Wir haben es nicht gewusst”. Er wordt overigens nooit beestachtig afgeslacht, want beesten doen zoiets nooit. Homo homine lupus est. Alleen verknipten steken hun hoofd boven het maaiveld en worden door andere verknipten afgeslacht. Godzijdank krijgen steeds meer mensen in de gaten dat wat zij altijd vrede hebben genoemd, gewoon oorlog is, maar dat heeft George Orwell ons in 1949 al proberen duidelijk te maken, maar wij dachten dat het over de ander ging.

Als kinderen echt de keuze zouden hebben, zouden ze massaal hun ouders ontvluchten. Kinderen zijn alleen gehecht aan hun ouders, omdat ze geen alternatief hebben, zich verantwoordelijk voor hen voelen en al heel gauw zo verkreukeld zijn dat ze denken dat ze van hun verkreukelde ouders houden, vaak de minst onveilige plek die ze in deze wereld hebben. Grote mensen slepen kinderen in hun drama’s mee.

Uit “Strategie van de ervaring” door Ronald Laing 1967

Al lang voordat het tot een kernoorlog kan komen, hebben we onze geestelijke gezondheid al dienen te ruïneren. We beginnen met de kinderen. Het is geboden ze op tijd te pakken te krijgen. Zonder uiterst grondige en snelle hersenspoeling zouden zij met hun smerige breintjes onze smerige streken doorzien. Kinderen zijn nog geen dwazen, maar we zullen er net zulke imbecielen van maken als wij zijn, indien mogelijk met een hoog IQ.
Vanaf het ogenblik van de geboorte, waarop de stenentijdperk-baby zich oog in oog met de twintigste-eeuwse moeder bevindt, is de baby onderworpen aan de krachten van het geweld dat men liefde noemt, zoals dat met zijn vader en moeder het geval is geweest en daarvoor met hún ouders. Het gaat deze krachten er voornamelijk om baby’s mogelijkheden grotendeels uit te roeien. Deze onderneming slaagt over het algemeen zeer wel. Tegen de tijd dat het nieuwe mensje vijftien is, zitten we met een wezentje dat net zo is als wij zijn. Een half waanzinnig schepsel, min of meer aangepast aan een krankzinnige wereld. Dat is normaliteit in de tijd waarin wij nu leven.
Eigenlijk zijn liefde en geweld polaire tegenstellingen. De liefde laat de ander in zijn bestaan, maar met genegenheid en zorg. Geweld probeert andermans vrijheid in te perken, hem te dwingen om net zo te handelen als wij willen, maar uiteindelijk zonder zich om de ander te bekommeren, zonder acht te slaan op de eigen lotsbestemming van de ander.
Wij richten elkaar heel effectief te gronde door geweld dat door moet gaan voor liefde
.”

Hitler was slechts boven komen drijven, zoals van Gogh ook maar is boven komen drijven, etterbulten op een gigantisch gezwel van aanhangers en volgelingen, die juichten en applaudisseerden, wiens stem zij slechts vertolkten. De gezwellen groeien als nooit tevoren en uit de poriën druipt een onstelpbare vloed etter van haat en agressie, maar niemand durft het mes erin te zetten. Ubi pus ibi evacua.

Albert Schweitzer moest zo nodig aan die arme zwartjes de “zegeningen” van de perfide Westerse geneeskunde brengen, terwijl hij godbeter een orgel naar Lambarene liet verschepen, omdat hij zo gehecht was aan Bach. Ieder volk krijgt de leiders en geneeskunde die het verdient. Schweitzer heeft een rampzalig voorbeeld gegeven, nagevolgd door een onafzienbare stoet van welzijns- en gezondheidswerkers, die het allemaal beter wisten en het is toch niet moeilijk om te zien wat dat in Afrika heeft aangericht. Daar zitten ze nu met door ons gebakken peren.

Omdat mensen geleerd hebben dat leven zin moet hebben en het leven op zich zinloos is, hebben ze bedacht dat ze daar dan zelf maar een zin aan moeten geven en het bizarre is dat ze daar dan ook nog in geloven totdat ze er op hun sterfbed achter komen dat het allemaal voor niets geweest is en dat is op z’n minst wrang.

* * *

Een populist vertolkt het gesundenes Volksempfinden, geeft uiting aan de wil van het volk, de ergernissen, de boosheid en verontwaardiging, de vooroordelen en speculeert op angst. Fortuyn was een populist, zoals Hitler en Mussolini dat waren. De websites vertolken niet wat men wil, maar wat men eigenlijk wel weet, maar verdrongen heeft. Om het even heel eenvoudig te zeggen, vertolken ze het geweten.

De enige zinnige manier om te schrijven is om een eind te maken aan het schrijven en de enige zinnige manier om te spreken is om een einde te maken aan het spreken. De aarde die van ons allemaal is, waarop de kinderen zouden moeten genieten van het leven, wordt in een steeds sneller tempo vernietigd. Zeeën worden leeggevist, oerwouden gekapt, dieren en planten sterven uit, en dat is de erfenis die wij achterlaten. Een woestenij, een onherbergzaam oord, en iedereen vindt dat het gestopt moet worden en dat moet gezegd worden.

Eerlijkheid, God, de mens, de natuur, vrijheid, liefde, heelheid, onvoorwaardelijkheid, oneindigheid, grenzeloos, zijn allemaal begrippen die je alleen kunt omschrijven door wat ze NIET zijn, per via negationis. Daarom is het zo merkwaardig dat door mensen uit naam van al die inmiddels uitgeholde en loze begrippen een hele maatschappij in stand gehouden wordt. Elk klein kind weet precies wanneer het niet eerlijk is en vooral wanneer die grote mensen liegen zoals jij dat toen ook wist. Maar iedereen is al zolang geleden een van hen geworden, dat ze het niet meer weten.

SINT NICOLAAS 1938

Weer doen wij ons aan marsepein tegoed:
al ligt de wereld machteloos te bloeden,
God zal òns feest, òns Neerland wel behoeden.
o, Sinterklaas, wij waren braaf en zoet!

Verstop de krant, die riekt naar rook en bloed:
nòg walmt de puinhoop, nòg zwiept ginds de roede
en striemt den Jood, wij kunnen ‘t niet verhoeden...
o, speculaas, o, marsepein, zo zoet!

Vanavond deert ons vluchteling noch beul,
wij zoeken slechts bij koek en snoepgoed heul,
en lezen, voor ‘t naar bed gaan, ‘t woord des Heren,

dat ons, als steeds, weer ernstig stemt en sticht,
maar verder vrijlaat en tot niets verplicht
zolang wij koek en snoepgoed niet ontberen.

A. Marja, 1938

Er is dus niets veranderd. Midden in een crisis, de wereld ligt weer machteloos te bloeden, de kranten rieken naar rook en bloed, mensen zoeken nog steeds heul bij koek en snoepgoed, vakanties en voetbal en denken dat het hun tijd wel zal duren.

* * *

Een leugentje om bestwil, om de lieve vrede, om iemand anders niet te kwetsen, omdat je rekening houdt met de gevoeligheden van een ander, uit angst voor ruzie of straf, om afgewezen te worden, om niet aardig gevonden worden, uit angst om je bezittingen of je baan te verliezen, dom gevonden te worden, belachelijk gemaakt te worden, leert ieder kind al binnen een paar jaar. En omdat iedereen het om je heen doet en het automatismen worden, is niemand zich daar meer van bewust. Leugens zijn vanzelfsprekend. Als je met al die leugens ophoudt ben je eerlijk, maar niet meer te handhaven in deze wereld, die op leugens drijft. Zelfs onze vorstin, die volgens mij behoort te regeren, zei dat de leugen regeert. Zij regeert, de leugen regeert, dus de koningin is een leugen. Alleen kinderen en gekken durven te zeggen wat ze denken, maar kinderen en gekken hoeft niemand serieus te nemen. Onze narren, de cabaretiers, mogen ook van alles zeggen, maar zijn ook maar ter vermaak. Nooit zeggen wat je denkt, dubbele agenda’s hanteren, waar je maar een van laat zien, onuitgesproken bedoelingen hebben, manipuleren, voor wat hoort wat, is allemaal niet eerlijk. Onze hele communicatie drijft op leugens. Iets anders zeggen dan je ervaart, zelfbeheersing, flink doen, zeker doen, allemaal leugens. Een ander de schuld geven, terwijl je weet dat jouw gedrag ook niet klopt, iemand anders veroordelen, terwijl je weet dat je zelf boter op je hoofd hebt, allemaal leugens. En de oorsprong van alle leugens is alleen maar angst. Als je aan niets van dat alles meer schuldig maakt, ben je pas eerlijk.

Schattige lammetjes in de wei zien en vervolgens een lamsboutje eten, hongerenden op het journaal zien en vervolgens een copieuze maaltijd genieten, iemand anders letterlijk of figuurlijk afmaken, anderen voor je laten werken, een dik honorarium opstrijken en je secretaresse afschepen met een fractie van dat bedrag, in een auto rijden, terwijl de werkster op haar brommertje komt, gelukkig proberen te worden ten koste van anderen, mensen gebruiken voor je doeleinden, wapens exporteren en vervolgens kindsoldaten met Kalasjnikovs zien lopen, aalmoezen geven, en duizend en een andere inconsequenties, allemaal dingen waar iedereen van weet dat het niet klopt, omdat je geweten je dat zegt, maar daar willen mensen niet aan denken, daar sluiten ze zich voor af, daar willen ze niet aan herinnerd worden. Maar het geweten geeft nooit op en daarom moeten ze het sussen, verdoven en overschreeuwen. Daarom moeten ze doorlopend hun gedrag goedpraten, dat ze het doen omdat iedereen het doet, dat het wel meevalt met hun leugenachtigheid, omdat ze mensen kennen die nog veel erger zijn, dat het wetenschappelijk bewezen is, dat ze nu eenmaal zo zijn, dat het genetisch bepaald is, dat ze zo zijn opgevoed, dat ze het goed bedoelen en nog een onafzienbaar aantal andere drogredenen. Eigenlijk is het dus vreselijk eenvoudig.

Als je eenmaal gezien hebt hoe relaties in elkaar zitten, kun je ze allemaal op elkaar leggen, omdat mensen vastlopen op elkaars franje en niet begrijpen wat er wezenlijk aan de hand is. Twee mensen die elkaar niet kunnen bereiken omdat beiden van alles in hun hoofd hebben en die hoofden maken ruzie om hun eigen gelijk. Verschillen over wat belangrijk, wat leuk, wat prettig, wat mooi, wat lekker, wat gezond, wat gezellig, wat zinvol is, hoe de kinderen opgevoed moeten worden, wanneer er gevreeën moet worden, hoe het huis ingericht moet worden, welke auto er gekocht moet worden, hoe belangrijk de schoonfamilie is, wat voor orde er in huis moet heersen, allemaal franje, aangeleerd gedrag, wat mensen van elkaar scheidt en dat noemen ze houden van. Relaties kunnen in deze wereld helemaal niet en kinderen zijn altijd de klos.

Als je een ingewikkelde situatie wil begrijpen is het verstandig om eens heel rationeel te bekijken wat er nu precies aan de hand is, zonder je te verliezen in emotionele toestanden.
Stel er zijn twee mensen: A en B, die elkaar nog nooit gezien hebben. In wezen twee autonome schepsels, waar die ander geen rol in hun hoofden speelt, omdat die er nog niet is. A en B komen elkaar, bij “toeval” tegen en voor beiden geldt dat vanaf dat moment de ander zich in hun hoofd nestelt. Beiden willen iets van elkaar, wat ze bij zichzelf missen, beiden hebben verwachtingen van elkaar, beiden denken dat ze de ander wel kunnen veranderen in de trekjes die ze eigenlijk niet accepteren, maar in het begin op de koop toenemen. Beiden zijn aanvankelijk bereid om een aantal dingen in te leveren omdat ze denken dat ze er voldoende voor terugkrijgen. Beiden willen de ander hebben en bezitten, om een scala van onduidelijke motieven. Beiden hebben een verleden, waar de ander maar weinig van weet, maar dat in alles hun doen en laten onbewust en indirect bepaalt. Beiden zijn dus vreemden voor zichzelf en voor de ander. Beiden weten niet wat zich in het hoofd van de ander afspeelt, laat staan dat ze het van zichzelf weten. Beiden hebben hun eigen geheimen, hun heimelijke wensen en hun verborgen agenda. Beiden denken ze dat ze de ander gelukkig moeten maken.
Hoe is het in godsnaam mogelijk dat mensen dat liefde en houden van noemen, terwijl al die onzekerheden de basis vormen waarop mensen een relatie met elkaar aangaan, plannen maken, toekomstverwachtingen hebben en praten over voor altijd, terwijl ze overal om zich heen zien, hoe onbeholpen mensen met elkaar omgaan en hoe broos relaties zijn. Maar we moeten nog naar elkaar toegroeien, aan elkaar wennen en dan bedoelen ze dat ze moeten leren zich aan de ander aan te passen, moeten uitvechten, wie waarin gelijk krijgt, welke compromissen er gesloten moeten worden, hoe de taakverdeling zal zijn, wiens orde er zal gelden, wiens eigenaardigheden zullen winnen, wiens voorkeuren de gang van zaken zullen bepalen.

Het is begonnen als een paradijs, een hemel op aarde, en het zal eindigen als een paradijs, een hemel op aarde. In die tussentijd is het helaas een hel op aarde.
Op de gevel van het huis in Rijnsburg waar Spinoza zijn Ethica schreef was een strofe aangebracht van de dichter/theoloog Dirk Rafaelsz. Camphuysen:

“Ach, waren alle menschen wijs,
En wilden daerbij wel!
De Aerd’ waer haer een Paradijs;
Nu isse meest een Hel.”

Dat geldt ook voor ieder mens. Volmaakt geboren, bezitloos, gedachteloos, willoos, en in deze krankzinnige wereld helaas pas weer op het sterfbed.

Aan emoties gaan gedachten vooraf, aan gedachten gaat willen vooraf, want de wens of het willen is de vader van de gedachten. Als die stroom van willen, naar gedachten en vervolgens naar emoties eenmaal op gang is gebracht, kun je niet meer helder zien. Waar het dus om gaat is eerst te kijken naar wat je wilt. “Wat wil nu eigenlijk”. Even naast jezelf gaan staan en kijken hoe die hele stroom op gang komt en hoe je je daar zelf in verliest. Het is niet zo moeilijk.

Ik heb geen lichaam aangenomen. Johannes schrijft dat het woord vlees wordt en met dat woord bedoelt hij de Logos en met de Logos bedoelt hij de Vormgever die mij en jou doet zijn. De Logos is de eerstgeboren zoon van de Vader, allemaal ingewikkelde hulpconstructies in een poging om duidelijk te maken dat iets de mens doet zijn. Je zou dat ook de vierde dimensie kunnen noemen. Maar dat wat mij doet zijn, dat ben ik niet. De enige bedoeling waarom ik er ben is om te genieten van al wat is. “Toen de schepper zijn schepping had voltooid”, zo schreef Pico della Mirandola, “had hij het gevoel dat er iets ontbrak. Hij wenste dat er een schepsel was dat de structuur van zo’n geweldig werk kon overwegen, de schoonheid ervan kon beminnen en de grootsheid bewonderen”. “Waartoe zijn wij op aarde?” was de vraag uit de catechismus die kinderen op de lagere school leerden en het antwoord was: “Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn.”, maar er werd niet bij verteld hoe wij God moesten dienen en niemand was gelukkig.

Je moet het leven niet willen begrijpen

Je moet het leven niet willen begrijpen,
dan zal het worden als een feest.
Laat elke dag je overkomen
als een kind dat voortgaat
en door iedere windstoot
zich vele bloesems laat schenken
Om die bloesem op te rapen en te verzamelen,
dat komt bij een kind helemaal niet op.
Het (kind) maakt ze voorzichtig los uit de haren
waarin ze zo graag gevangen waren,
en steekt de lieve jonge jaren
zijn handen toe.

Rilke

Wij hebben de kunst om niet om te komen in de waarheid (Nietzsche)

Als Nietzsche het echt begrepen had, had hij geschreven: “Wij scheppen kunst om niet aan de waarheid toe te komen”. In de leugen kom je om, in het zelfbedrog, maar “de waarheid maakt vrij”, maar de waarheid is zo pijnlijk, zo onthullend, zo gênant, dat mensen er niet aan durven. “Heb ik me dan mijn hele leven vergist? Heb ik dan niet gezien wat zo voor de hand ligt, heb ik me dan zo laten belazeren? Dat mag niet waar zijn, dus het is ook niet waar”. Ik herinner me nog dat gevoel van schaamte, die momenten dat ik tegen beter weten in voor de lieve vrede en de gemakkelijkste weg heb gekozen, de spijt dat ik in het spel geloofd heb, terwijl ik wist dat het niet klopte, het wrange gevoel dat ik de helft van mijn leven mijn hoofd heb volgestopt met onzin.

Als je ervan uitgaat dat er littekens op je ziel zitten, ga je ervan uit dat die nooit zullen verdwijnen, maar je ziel is niet gewond, maar zoals ze dat ooit noemden “gekruisigd”, verkreukeld, gedeukt en alle kreukels en deuken kunnen weer ongedaan gemaakt worden.

Ik ben een God in ‘t diepst van mijn gedachten,
En zit in ‘t binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij zelf en ‘t al, naar rijksgeboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten.

En als een heir van donkerwilde machten
Joelt aan mij op en valt terug, gevloôn
Voor ‘t heffen van mijn hand en heldere kroon:
Ik ben een God in ‘t diepst van mijn gedachten.

schreef Willem Kloos, maar ontkracht dat meteen in zijn volgende coupletten. Kennelijk een God die zichzelf niet genoeg was en hunkerend aan de poort kleinzielig weer zwichtte:

En tóch, zo eindloos smacht ik soms om rond
Úw overdierb’re leên den arm te slaan,
En, luid uitsnikkende, met al mijn gloed
En trots en kalme glorie te vergaan
Op úwe lippen in een wilden vloed
Van kussen, waar ‘k niet langer woorden vond

‘Jouw God, de God van je baas en van je schoonvader en van je baas z’n boekhouder en van den gerant van de ‘Nieuwe Karseboom’. De God van je tante, die zei, dat je moest groeten als je langs ‘t huis van je baas kwam in Delft of Oldenzaal, waar was ‘t ook weer, ook al zag je niemand, je kon nooit weten wie ‘t zag. Van je tante, die je zuster altijd liet breien. ‘Een vrouw mag niet stilzitten.’ De God van al die menschen, die zullen zeggen: ‘Dat had ik van jou niet gedacht,’ als je nog eens probeert te leven en die zullen zeggen: ‘Dat had ik altijd wel gedacht, dat kon niet goed gaan,’ als je later in ‘t werkhuis moet. De God, die niet hebben kan, dat je ‘s Zaterdagsmiddags vrij bent, de God van meneer Volmer, hoogleeraar in ‘t boekhouden en de bedrijfsleer, die vindt, dat je te veel naar de lucht kijkt. De God van allen die geen andere keus hebben dan werken of vervelen. De God van Nederland, van heel Nederland, van Surhuisterveen en Spekholzerheide, donateur van den Bond van hoofden van groote gezinnen en van de Vereeniging tot opheffing van gevallen vrouwen. (Nescio “Dichtertje”)

De meeste zeemeeuwen geven zich geen moeite om meer te leren dan gewoon maar vliegen - van de kust naar zee om te eten en dan weer terug. Voor de meeste meeuwen betekent vliegen hetzelfde als eten. Maar voor deze meeuw was vliegen het belangrijkst, belangrijker dan eten. Meer dan van wat ook ter wereld hield Jonathan Livingston Zeemeeuw van vliegen.
Hij was tot de ontdekking gekomen, dat deze manier van denken je nu niet bepaald populair maakte bij de anderen. Zelfs zijn ouders waren ontzet omdat hij hele dagen alleen wegbleef, honderden glijvluchten makend op geringe hoogte, experimenterend
. (Uit “Jonathan Livingston Seagull” van Richard Bach)

Het gesproken woord heeft evenveel met de werkelijkheid te maken als een zwartwitfoto daarvan. Een onbeholpen instrument om het onnoembare te benoemen, en je zou een bibliotheek met een oneindig aantal boeken nodig hebben om de werkelijkheid te beschrijven. Zoals Borges schrijft:
Volgens Leon Bloy zijn wij de verzen of woorden of letters van een magisch boek, en is dat onophoudelijke boek het enige dat in de wereld bestaat: beter gezegd, het is de wereld” en Sir Thomas Browne schreef omstreeks 1642: “Tweeërlei zijn de boeken waaruit ik theologie pleeg te leren: de heilige Schrift en dat universele, openbare manuscript, dat zichtbaar is voor alle ogen. Zij die hem nooit zagen in het ene, ontdekten hem in het andere.”
Taal is maar een spelletje, waarmee mensen macht over elkaar en de dingen uitoefenen en heeft helemaal niets met de werkelijkheid te maken. In een ontwrichte wereld, leven alleen maar ontwrichte mensen en Derrida is daar een van en ontwrichte mensen schrijven ontwrichte schrijfsels.

Om te leven en te zijn hoef je niet alleen niets te weten, maar dat weten staat juist het zijn in de weg. Alle weten heeft slechts een functie in deze maatschappij en is nodig om het maatschappelijke spel te spelen.

Je moet wel een masochist zijn om in het sadomasochistisch universum, waarin de mensheid op dit moment zijn leven slijt, te kunnen leven. “Welcome to the jungle, watch it bring you to your knees”, zingt Guns n’ Roses en in al die hoofden speelt zich de horror af die zij overdag verdringen. En wat hebben ze het gezellig met mekaar, wat zijn ze lekker bezig en wat hebben ze het toch goed.

De apatheia is in deze maatschappij een krankzinnige toestand en als katatonen kom je ze tegen in de psychiatrische inrichting, niet meer bereid het zieke spel mee te spelen, zoals die prachtige indiaan in “One flew over the Cuckoo’s nest”.
“De oorlog, (de onvrede), is de vader van alle dingen” zegt Heraclites en die onvrede is de basis van alle creativiteit en daar spruit dus ook onze elektriciteit uit voort, zodat wij onze productiviteit nog verder kunnen opvoeren.
Als Wittgenstein zegt dat “als een vraag gesteld kan worden, kan zij ook beantwoord worden”, dan heeft hij het niet over de ondoorgrondelijke werkelijkheid (dat bedoelt hij met het onuitsprekelijke antwoord op de niet formuleerbare vraag), over wat is, maar over de door de mens zelf geconstrueerde schijnwerkelijkheid van de denkbeelden. Het Mystieke, het Mysterium Tremendum et Fascinans, is datgene waar wij niet over kunnen spreken, dus over moeten zwijgen.

In Het Proces van Kafka staat het prachtige verhaal van de geestelijke over de wachter en de openstaande poort en de man die daar zijn leven slijt, maar niet de juiste vragen stelt en dus niet binnengelaten wordt. Dat is de tragiek van Descartes, Pascal, Kierkegaard, Nietzsche en Wittgenstein, gesneefd in het zicht van het Al, maar de deur niet door konden omdat ze niet diep genoeg konden buigen. “Wie één el onder de oppervlakte is, verdrinkt net zo goed als wie daar honderd vademen onder is”, schrijft Seneca in zijn Vita Beata. Hun tragiek is dat zij op het punt stonden te ontdekken wat ze altijd al geweten hadden, maar uit de horror vacui de laatste strohalm niet los durfden te laten.

Het is overigens een groot verschil om je van boeken te ontdoen omdat ze overbodig geworden zijn of ze zoals Hitler te laten verbranden uit angst. Joodse rabbi’s hebben zich inderdaad tot de letter veroordeeld en zij vinden dat wel goed zo, omdat ze daar hun status en brood mee verdienen.

Voor mij is het intellect het middel om alle wetenschap als heilloze hersenspinsels te ontzenuwen, net zozeer als voor mij de taal slechts een middel is om de taal als een onbeholpen en krakkemikkig instrument waarmee mensen macht over de wereld, zichzelf en anderen pogen uit te oefenen, aan de kaak te stellen, in dienst van leugen en bedrog en halve waarheden. De enige zinnige manier om de taal te gebruiken is om die taal overbodig te maken.

In zijn autobiografie schrijft Flavius Josephus (in de evangeliën geportretteerd als Joseph van Arimathea):
And when I was sent by Titus Ceasar with Cerealins and thousand horseman, to a certain village calles tekoa, in order to know whether it were a place fit for a camp, as I came back, I saw many captives crucified, and remembered three of them as my former acquaintance. I was very sorry at this in my mind, and went with tears in my eyes to Titus, and told him of them; so he immediately commended them to be taken down, and to have the greatest care taken of them, in order to their recovery; yet two of them died under the physician’s hands, while the third recovered.” Een prachtig beeld om een mythe aan op te hangen, gekruisigd en de derde dag verrezen uit de doden.

Mensen zwelgen nog steeds in filosofen en anderen die, omdat ze er zelf nooit uitgekomen zijn, beweren dat het onmogelijk is, waarmee ze slechts hun eigen onvermogen etaleren en hun lezers slechts bevestigen in hun mening. In de Hermes Trismegistos staat:
Im Fall du dich selbst also GOTT nicht kannst gleichmachen, so kannst du GOTT nicht verstehen, denn gleich wird verstanden von gleich. Du musst dich zu einer unermesslichen Grösse machen und von alle Leibern ausspringen, dich über alle Zeit erheben und die Ewigkeit werden, so wirst de GOTT verstehen. Du musst in dir nichts Unmögliches glauben zu sein, dich auch selbst unsterblich achten und dass du mächtig seiest, zu verstehen alle Kunst, alle Wissenschaft und Eigenschaft von alle Geschöpfen
Dat kan toch alleen maar geschreven zijn door iemand die dat zelf ervaren heeft. Als mensen geloven dat ze nooit over de sloot zullen kunnen springen, omdat iedereen zegt dat toch niemand dat kan, zullen ze niet eens een poging wagen en blijven jammeren en klagen te midden van al die anderen.

Genie komt van het Latijnse genius, geboortegeest, de beschermende geest die bij ieder mens over geboorte en verder leven gesteld was en diens lot bestuurde. Daarom schreef Baudelaire: “Genie is herwonnen jeugd”, dus “zo ge wordt gelijk de kinderen, zult ge geniaal zijn”. Eigenlijk is het vreselijk eenvoudig.

Wij zijn vonken in de eeuwigheid, wij gloeien op en doven weer, maar tijdens het gloeien horen wij te genieten van het leven, maar uit angst voor het leven, werken wij ons dood.

How happy is the blameless vestal’s lot
The world forgetting, by the world forgot
Eternal sunshine of the spotless mind

Een gedicht van Rutger Kopland:

DE GOD IN MIJN HERSENEN

Toen ik al bijna ontwaakt was herinnerde ik mij dat ik die nacht in het verleden had geleefd en zonder de geringste verbazing weer geloof had dat God bestond

ik wilde hem eindelijk wel eens spreken
het is een bijzonder aardige man zei iemand je kunt hem gerust eens bellen

ik belde en er klonk een stem, een heel lieve stem zodat ik mij een lieve gevleugelde vrouw voorstelde zoals je wel ziet op felicitatiekaarten

wilt u god, werd er gezegd, toets dan één wilt u god niet, toets dan niet ik toetste één

en dezelfde gevleugelde vrouw zei: er is nog één wachtende voor u en die ene bent u

ik herinnerde mij dat ik hier eindeloos over moest nadenken tot ik ontwaakte en God weer was verdwenen, ergens in mijn hersenen

Gotthold Efraïm Lessing

Uit Die Religion Christi 1780

De godsdienst van Christus

Of Christus meer dan mens is geweest is een probleem. Dat hij, wanneer hij mens is geweest, [de] ware mens is geweest en dat hij nooit heeft opgehouden mens te zijn, staat vast.
Dus zijn de godsdienst van Christus en de christelijke godsdienst twee heel verschillende dingen.
De godsdienst van Christus is de godsdienst die hij zelf als mens heeft gekend en geleefd; die ieder met hem gemeen kan hebben; die ieder des te meer moet wensen met hem gemeen te hebben, naarmate hij zich van Christus als mens een verhevener en beminnelijker voorstelling maakt.
De christelijke godsdienst is de godsdienst die voor waar aanneemt dat hij meer dan mens is geweest en die hem daarom tot voorwerp van haar verering maakt.
Hoe deze beide godsdiensten – de godsdienst van Christus en de christelijke godsdienst – in Christus als één en dezelfde persoon kunnen bestaan, is onbegrijpelijk.
Dat de leerstellingen en de beginselen van beide in één en hetzelfde boek te vinden zouden zijn, is haast niet mogelijk. In ieder geval is de godsdienst van Christus kennelijk heel anders in de geschriften van de Evangelisten vervat dan de christelijke.
De godsdienst van Christus is erin vervat in de meest klare en duidelijke bewoordingen.
De christelijke daarentegen is zo onduidelijk en dubbelzinnig, dat er nauwelijks één tekst is waarbij, zolang de wereld bestaat, twee mensen hetzelfde hebben gedacht.

Zolang mensen in twee werelden leven zijn er twee scenario’s. Het eerste is dat alles gebeurt en iedereen zich gedraagt zoals zij willen. Dat aan al hun verwachtingen wordt voldaan en dat zij de hoofdrolspelers zijn in het toneelstuk en tevens de regisseur van alle gewillige mensen om hen heen, die zij geheel naar hun pijpen kunnen laten dansen en aan al hun wensen voldoen. Een absolute monarchie, een oud-testamentische God, die alle touwtjes in handen heeft, de ultieme poppenspeler.

Een alternatief is een wereld met alleen maar mensen die precies denken zoals jij, zodat er nooit een meningsverschil is en nooit ruzie, alleen maar schilderende kunstenaars, die precies hetzelfde maken als jij. De praktische problemen die dat op zou leveren, kun je zelf bedenken.

Het tweede scenario ziet er heel anders uit. Een wereld waarin niemand iets van je wil en niemand iets van je verwacht. Waarin niemand zich met je bemoeit, niemand zegt hoe je moet leven, waarin je door niemand lastig gevallen wordt, waarin iedereen onvoorwaardelijk van je houdt, waarin niemand je veroordeelt, waarin je nooit op je hoede hoeft te zijn, zonder sleur, waarin altijd alles nieuw is, waarin niemand zijn gelijk probeert te halen en waarin iedereen het altijd met elkaar eens is.

Dat is dé wereld en dé werkelijkheid van het kleine kind, het ooit verloren paradijs, de wereld van de primitieven, de wereld van leeghoofden en van de ware romantici. Het is de wereld die je altijd gekend hebt en later altijd van gehoord hebt, dat het een fantasmagorie was, een onbereikbaar ideaal, een voor altijd paradise lost, wat je uit je hoofd en hart moest zetten en dat er toch geen weg terug meer was. En je hebt ze geloofd, zoals iedereen ze geloofd heeft. Verscheurd tussen twee werelden leven, op twee paarden rijden en dat beseffen is uiterst moeizaam.
Ook bij ons mensen ment de voerman een tweespan, doch hiervan is de één uit zichzelf schoon en goed en van zuivere afkomst, de ander echter van tegengestelde afkomst een aard. Het mennen van het span kan bij ons dan ook niet anders dan gevaarlijk en moeilijk zijn”, zegt Plato in de mythe van de wagenmenner.

Jouw wereld is jouw wereld niet, maar de wereld van de anderen, waar jij slechts een radertje in bent, dat moet meedraaien, zoals anderen dat voor jou uitmaken. En je probeert net de andere kant op te draaien, je te verzetten tegen het grote mechaniek, maar daarmee blijf je een radertje wat knarst en knoerpt omdat je onaangenaam aanschurkt tegen de andere tandwielen om je heen en je verwijt die andere tandwielen dat ze draaien zoals ze draaien. Dat levert bij jezelf heel wat slijtage op. Ik geef de keizer wat des keizers is.

Er ligt geen grens tussen waarneming en fantasie. Waarnemen doe je met je zintuigen, fantaseren is slechts spelen van je gedachten, het rondbuitelen van imaginaire beelden, virtuele masturbatie, het aaneenrijgen van hersenschimmen, de horrorfilms geprojecteerd op een fantoomdoek. Die fantasieën horen tot een niet bestaande wereld, een schijnwereld, en dat kleine kind in je moet dat allemaal zien en schudt verdrietig zijn kleine hoofdje.

Iedereen heeft zich alles wat er in zijn hoofd zit aan laten praten. Je afzetten of opstandig zijn, zorgt er alleen voor dat je een soort negatief krijgt, een tegenovergestelde, maar dat is dan per definitie ook aangepraat. Niemand is origineel, iedereen plagieert bij het leven. Mensen zijn lappendekens samengesteld uit lompen van anderen, van voorvaderen, ouders, en van iedereen waardoor hij beïnvloed is.

Je bent gestoord als je niet ziet wat je ziet en niet hoort wat je hoort. Je bent gestoord als je je gedachten je leven laat beïnvloeden. Je bent waanzinnig als je zintuigen gestoord worden door je gedachten. Dan probeer je namelijk een zin te geven aan je wanen.

Nietzsche heeft de waanzin van de wereld en de geaccultureerde mens redelijk helder beschreven. De onzinnigheid van de wetenschap, het christendom, de filosofie, maar hij faalt jammerlijk in het bieden van een andere wereld. Bovendien verkeerde hij in de illusie dat hij iets heel nieuws gevonden had, terwijl alles al zo vreselijk vaak gezegd was.
Ecce Homo is een tenenkrommend gênant ijdeltuiterig boek. “Ik bezit een fijnere neus voor de tekenen van opgang en neergang dan ooit een mens heeft gehad, ik ben hierdoor de leraar par excellence” is nog maar een van de minst ijdele uitspraken.

“Een paard” is iets dat alleen in je hoofd kan bestaan. Dat hoort zogezegd tot de wereld van de ideeën. Er is geen kind dat ooit de behoefte gevoeld heeft om te weten wat een paard is. Een kind, of een wijze, zien de werkelijkheid en genieten van alles wat leeft en groeit. Mensen geven alles een naam, omdat ze macht willen uitoefenen, de natuur voor hun eigen doeleinden willen gebruiken. Vervolgens ontstaat in hun hoofden het idee van “een paard”, of als ze in Engeland wonen “a horse”. Praten over paarden lijkt mij een onzinnige en overbodige bezigheid, behalve als je paardenslager of jockey bent.

‘Veroordeel niemand, voordat je je in zijn situatie hebt verplaatst.’ Dit oude gezegde maakt ieder oordeel onmogelijk, want mensen veroordelen iemand juist alleen, omdat zij zich niet in zijn situatie kunnen verplaatsen.”(Cioran), oftewel “wie zonder zonden is, werpe de eerste steen” of Matth. 7:3: “want met het oordeel, waarmee gij oordeelt, veroordeelt gij uzelf en met de maat waarmee gij meet, meet gij uzelf. Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet? Zoals je ziet heb ik de tekst wat gewijzigd, want zoals het er staat is het onzin.

Einstein is al weer achterhaald door de shoestring theory en de wetenschappers zeggen dat ze er bijna zijn. Dat ze bijna de Theory Of Everything hebben gevonden, nog eventjes.
Deze generatie heeft het verleden misbruikt en onteerd en zichzelf wijsgemaakt dat ze in staat is de wereld te herstellen en herscheppen — niet volgens de principes waarvan voorgaande generaties met bloed de juistheid hebben bewezen, met geduld, en met wijsheid, maar juist in strijd met die principes, met een eigen systeem van zelfgemaakte wetten, waarvan er nauwelijks één níet zal leiden tot precies die ellende en vernietiging die zij niet kent, omdat ze boven zulke dingen uit is getild door het verstand en de opofferingen van haar ouders. Deze generatie, die meer heeft gedaan dan enige andere generatie om de oude pezen door te snijden die ons in leven en welzijn hebben gehouden; deze generatie, karakterloos, koopziek en ijdel, die het vermogen is kwijtgeraakt zich te schamen, deze generatie, die de geschiedenis heeft onteerd, het woord begraven, de rust vermoord en die er alles aan heeft gedaan om de wereld tot een tekenfilm te maken, is ervan overtuigd dat ze op iets reusachtigs afstevent: convergentie, samenvoeging, theorieën van alles, onsterfelijkheid, volmaaktheid”.
schreef Mark Helprin.

Jung schreef in zijn Archetypen: “Het verstand van de mens is in werkelijkheid niets anders dan de som van vooroordelen en kortzichtigheden”. En “Wie in de spiegel van het water kijkt, ziet echter eerst zijn eigen beeld. Wie tot zichzelf gaat, riskeert de ontmoeting met zichzelf. De spiegel vleit niet, hij toont getrouw wat in hem kijkt, namelijk dat gezicht dat wij nooit aan de wereld tonen, omdat wij het verbergen door de persona, het masker van de toneelspeler. De spiegel ligt echter achter het masker en toont het ware gezicht. Dat is de eerste proeve van moed op de innerlijke weg, een proeve, die genoeg is om de meesten van ons af te schrikken, want de ontmoeting met zichzelf behoort tot die tamelijk onaangename dingen, die men vermijdt zolang men al het negatieve op de omgeving kan projecteren.”

Feit komt van het Latijnse “factum”, het gebeurde of de daad, of van daaruit van het Franse “fait”, daad of handeling, maar mensen weten dat helemaal niet meer en zoals met zovele woorden gebruiken ze ook dit op volstrekt oneigenlijke manieren. Het is geen feit dat jij in A. woont, maar mensen hebben afgesproken dat ze die groep wat zij huizen noemen, daar op die plek, A. noemen. Dat is dus geen feit, maar een afspraak. Mensen hebben de oneindigheid, het onmeetbare, meetbaar gemaakt door er een stukje uit te pikken, een afspraak gemaakt wat zij een meter zouden noemen, waarmee zij vervolgens maten meten. Het is dus ook geen feit dat ik 172 cm lang ben, maar een afspraak. Meten is dus helemaal niet weten, maar categoriseren, in schema’s onderbrengen en in hokjes stoppen. Dat weten is dus relatief, gerelateerd aan afspraken die mensen gemaakt hebben. Het is een feit dat als ik de lichtschakelaar omdraai de lamp gaat branden en dat als ik een kip de nek omdraai het leven uit die kip vliedt en die feiten kan ik alleen interpreteren aan de hand van theorieën. Ik weet niet wat er gebeurt, maar met behulp van constructies die ander mensen bedacht hebben kan ik die gevolgen van mijn handelen verklaren. Zogenaamde harde wetenschap is reproduceerbaar, maar is niet op het leven toepasbaar, omdat het leven wetenschappelijk niet bestaat omdat het niet meetbaar is. Zachte wetenschap houdt zich bezig met een gereduceerde vorm van het leven en doet alsof het over het echte leven gaat. Psychologie en geneeskunde gaan uit van premissen, psyche en lichaam, en zeggen helemaal niets over de mens, laat staan over het leven, maar proberen wetmatigheden te ontdekken, die uiteindelijk slechts automatismen zijn. Zachte wetenschap is dus per definitie onwetenschappelijk. Wij kunnen niet meten, dus wij kunnen niets weten en wat mensen daarover denken te weten, zegt meer over henzelf dan over wat ze zien.

From fairest creatures we desire increase

Plant u niet voort, de wereld is te boos;
de wolven jagen tot de horizon;
knip alle knoppen, bottend aan de roos;
wee, wie vandaag zich nageslacht gewon.

Wee, wee, de vrouw, die gij tot akker maakt
van uw doemwaardig zaad in dit getij,
nu waanzins uur met ondergang genaakt
en toekomst overloopt in een voorbij.

Wie gij ook zijt, geen die dit uur ontgaat,
reeds kronkelt aan doods onafzienbare stoet;
het tijds-genoeg vervloeit in het telaat,
nu het vernuft zich paart aan overmoed.

Jaag enkel nog naar een vergeten-zijn;
ge spaart, wat komen kon, dan angst en pijn.

Jac. van Hattum (1900-1981)

En de wereld is alleen maar bozer geworden, de wolven jagen al niet meer aan de horizon, maar zijn onder ons, maar er worden nog steeds gewoon kinderen geboren.

Toen wij nog hele kleine kinderen waren, wisten wij nog niets (of alles) en langzamerhand is ons van alles bijgebracht wat wij in ons hoofd hebben opgeslagen. Wij leerden wat goed en kwaad was, wat normaal en abnormaal was, wat lekker en niet lekker, wat gezond en ongezond, wat belangrijk en onbelangrijk, wat waar en niet waar, wat beschaafd en onbeschaafd, wat mooi en lelijk, wat eerlijk en oneerlijk, wat natuurlijk en onnatuurlijk, wat lief en stout, wat attent en onattent, wat slim en dom, wat leuk en niet leuk, wat gevaarlijk en ongevaarlijk en wat verstandig en onverstandig was. En dat leerden wij van allemaal mensen die daar allemaal andere ideeën over hadden en zo zijn wij aan onze meningen en overtuigingen gekomen. Wij vonden en ervoeren weliswaar dat het niet zo was, maar dan zeiden ze dat we nog niet zover waren en dat we dat nog wel zouden leren en inderdaad: alles went. En met behulp van al die overtuigingen en alles wat wij hadden geleerd te geloven, gaven wij alles een plaatsje in wat wij beschouwden als ons wereldbeeld. Wij hadden zogezegd een eigen mening gevormd. Wij gruwden natuurlijk van de eerste tomaat, van de eerste sigaret en van het eerste pilsje, maar wij wilden erbij horen en leerden het lekker vinden. Wij vonden muziek eigenlijk maar vreselijk lawaai, kunstwerken maar belachelijk, grote mensen maar rare wezens, kerken en erediensten vreselijk en saai, maar wij leerden het waarderen, want met beloning en straf kun je iedereen klein krijgen. Zo sloop de dualiteit ons leven in.
Het ware leren is dus afleren, alles wat je gelooft en dus niet zeker weet, elke bewering, overtuiging en mening die je jezelf hebt eigen gemaakt uiterst kritisch onder de loep nemen, aan de validiteit van alles durven twijfelen, bij jezelf nagaan of je het zeker weet, omdat je het zelf ervaren hebt, of dat je het op gezag van iemand anders geleerd hebt en zo mening voor mening ontzenuwen, tot er geen enkele meer over is.

Over primitieven:

Voor de blanke man wat wij nu Noord Amerika noemen betrad, leefden daar vele indianenstammen. Het aardige is dat je daar alle fasen van de acculturatie tegelijkertijd tegenkwam. Er waren rondtrekkende stammen, die vegetarisch leefden van wat de natuur hen schonk, vruchten, noten, zaden en knollen en dat natuurlijk lekker vonden. Die een beschutting voor de nacht maakten en rondzwierven door de natuur. Dan waren er de jagers, die geleerd hadden om van vlees te houden, die wapens hadden, krijgszuchtig waren en moordden. Tot slot waren er de stammen die zich gesetteld hadden, die huizen bouwden en zich voedden met de producten van landbouw en veeteelt. In afglijdende schaal vind je daar een steeds verdere verstoring van het evenwicht, van primitiever naar steeds beschaafder.

Over dualiteit:

In de natuur bestaat geen dualiteit. Alles is daar gewoon zoals het is. Hoog en laag, nat en droog, koud en warm, hard en zacht, licht en donker zijn geen dualiteiten, geen eigenschappen die wij er aan toeschrijven maar eigenschappen van de natuur zelf. Alles wat in de natuur beweegt wordt niet teweeggebracht door dualiteiten, maar de rivier stroomt omdat hij stroomt en de wolken bewegen omdat ze bewegen.
Wij hebben inderdaad de keuze om in de natuur te leven of er tegenover te staan en dus om de natuur te laten zoals die is (en niet te onderhouden) of die te verwoesten. Om tegen onszelf in opstand te komen en tegen onszelf te vechten of onszelf te zijn.

Honderden miljoenen mensen leven vegetarisch en ook de wetenschap heeft nog nooit aan kunnen tonen dat een vegetarisch leven minder gezond is dan het leven van carnivore mensen. De mens hoeft dus helemaal niet te doden om in zijn energiebehoefte te voorzien. Je kunt dat zelf ervaren en als je het zelf ervaren hebt weet je dat het een geloof is dat mensen moeten doden. Overigens is het zo dat als mensen zelf dieren zouden moeten doden voor hun eigen maal het vleesgebruik drastisch zou dalen. Jij laat dat toch ook anderen voor je doen? Een aardig verband is dat vleeseters agressiever zijn dan vegetariërs en dus zeggen de wetenschappers dat het eten van vlees de agressie bevordert, terwijl het natuurlijk zoals alles in deze omgekeerde wereld andersom is. Jij neemt vanzelfsprekend een voorbeeld uit de dierenwereld dat jouw overtuiging zogenaamd bevestigt, maar waarom neem je geen grasetend hert?

Je kunt inderdaad niet definiëren of je conform het plan van de schepping of je natuur handelt. Dat kun je alleen voelen en ervaren. Alle pijn, alle emoties, alle ellende wijzen je erop als je dat niet doet. Wij zijn van nature naakt, maar de overtuigingen, vooroordelen en schaamtegevoel van onze opvoeders noodzaken dat wij ons kleden. Zo hebben ze dat vooroordeel bedacht dat je een kou op kunt lopen bijvoorbeeld. Wij kleden ons omdat het hoort, omdat het beschaafd is, om onze opgelopen onvolmaaktheden te bedekken, en zelfs omdat naaktlopen strafbaar is omdat het schenden van de eerbaarheid heet. Mensen hebben het niet koud, mensen zijn verkild en koud.
Je zult je afvragen hoe wij dan hier in dit koude kikkerland de winter naakt zouden moeten overleven. Wij hebben hier ‘s winters helemaal niets te zoeken, maar wij zitten gevangen in onze banen, in onze verplichtingen, binnen onze grenzen, in onze huizen, in onze regels, in ons eigen gesmeed systeem en wij noemen dat vrijheid. Wij kunnen niet meer als het kouder wordt, zoals de trekvogels naar het zuiden en de warmte vertrekken. Dat kan alleen de elite en de AOW-ers die in het zuiden de winter doorbrengen en daar in hun kleren, hun overtuigingen, en hun eigen regels vastzitten.
Je kunt je toch niet voorstellen dat een mens ooit uit vrije wil naar wat wij Lapland noemen is vertrokken en daar gebleven is omdat hij het daar zo lekker vond. Mensen hebben daar niets te zoeken, maar het zijn altijd vluchtelingen, bannelingen en verstotenen geweest die zich aan een omgeving die daar niet voor bedoeld is hebben aangepast.
In het Vrijheidsbeeld in New York staat een veelbetekenende tekst waarvan de tweede strofe luidt:

“Keep, ancient lands, your storied pomp!” cries she
With silent lips. “Give me your tired, your poor,
Your huddled masses yearning to breathe free.
The wretched refuse of your teeming shore;
Send these, the homeless, tempest-tost to me
I lift my lamp beside the golden door.”

Daarom heeft de mens zich gevestigd in onherbergzame gebieden, uit angst, uit wanhoop, en heeft daar geleerd om te overleven. Mensen die gevlucht zijn voor de onverdraagzaamheid, de haat, voor vervolgingen, voor slavernij, voor het ondraaglijke leven in klassenmaatschappijen en voor ketterjachten. Daar hebben ze zich aangepast en in generaties geleerd dat ook hun leven normaal was.

Over ketenen van bezit en afhankelijkheid:

De aarde is opgedeeld en altijd naar de maatstaven van de machtigen, de elite. Nederland bestaat niet. Er is een kunstmatig afgescheiden gebied van de aarde, wat mensen Nederland noemen. Op papier hebben ze een grens getekend, ze hebben slagbomen geplaatst en binnen dat gebied gelden regels en wetten, die anderen voor ons gemaakt hebben. De mensen die in dat gebied wonen denken dat ze Nederlanders zijn, omdat ze zich neergelegd en aangepast hebben aan de regels en normen die anderen bedacht hebben. Dat noemen ze hun identiteit en daarom gedragen ze zich als wezens die niets met mensen te maken hebben. Ze laten door hun strottenhoofd ook de lucht trillen waarmee ze signalen naar anderen uitzenden en dat noemen ze dan op de manier waarop zij dat doen hun eigen taal. Toen ze nog klein waren kenden ze dat kunstje nog niet en hadden ze dat ook nog helemaal niet nodig om te genieten van het leven. Als ik van Nederland naar België rijdt passeer ik op gegeven moment de grens, maar de natuur is aan beide kanten van de grens dezelfde, alleen aan de creaties van de mens merk ik dat ik een ander gebied met andere wetten en normen inrijd, want dat zijn allemaal producten van zijn aangeleerde landsaard en niet van zijn menszijn.

Over werk:

Werk staat altijd in dienst van de maatschappij, van een onrechtvaardige wereld. Er zijn zelfs mensen die zo kortzichtig zijn dat ze hun werk leuk en zinnig vinden. Werken is altijd hoereren, jezelf verkopen en alleen prostituanten maken van de arbeid van anderen gebruik.

Over onafhankelijkheid:

Hoe meer je wil, hoe meer je denkt nodig te hebben, hoe meer aangepast aan deze maatschappij, hoe afhankelijker je van anderen bent, met alle consequenties van dien. Hoe minder je wil, hoe minder je nodig hebt, hoe onaangepaster je bent, hoe onafhankelijker je wordt. Als je niets meer wil, niets meer nodig hebt, niet meer van deze wereld bent, ben je onafhankelijk en hoe meer vrijen, onafhankelijken, hoe eerder een andere wereld

* * *

Op dit moment zie je overal om je heen dat het niet goed gaat met “Goliath.” De hele maatschappij kraakt in al zijn voegen, de oorlog in Irak wordt onontkoombaar een onoplosbaar drama, er is een gigantische onvrede onder de mensen, er zijn nog maar weinigen die in de politiek en al die deskundigen vertrouwen, de kerken waaien met alle winden mee, Bush en Saddam weten zich in hun eigen gelijk gesteund door God en Allah. Met andere woorden is het duidelijk dat het schip reddeloos verloren is en pas als mensen dat onder ogen durven zien zullen ze bereid zijn het schip te verlaten en ook dat zal een drama, een apocalyptische nachtmerrie, een gevecht op leven en dood, worden, zoals elke cultuur altijd in wanorde en chaos is ingestort. Het is toch waanzin ten top dat deze zieke maatschappij alleen door steeds meer consumeren in stand gehouden wordt en dat de stand van de AEX en de Dow Jones aan de oorlogsverrichtingen in Irak afgelezen kunnen worden. In onze westerse cultuur kunnen de meeste mensen niet eens meer leven van wat de natuur te bieden heeft, afhankelijk als ze zijn van medicijnen, van anderen die altijd gezegd hebben hoe ze moesten leven, van gas en elektriciteit, gehecht aan hun spulletjes, aan zeep en cosmetica, aan stromend water uit de kraan, en al die andere waanzinnige overbodige luxe. Radeloos zullen ze zijn als de boel instort, en radeloosheid en angst zijn ongelofelijk goede voedingsbodems voor epidemieën en na de Aids komt nu met rasse schreden de SARS er al aan, zoals op alle slagvelden en na alle oorlogen ontredderde overlevers aan epidemieën ten prooi zijn gevallen. Mensen zijn collectief bang en dat vermindert hun weerstand en dat maakt hen kwetsbaar. De vraag is als de pleuris uitbarst hoevelen dat zullen overleven, maar zoals altijd zullen het voornamelijk de kinderen en de ouderen zijn, zoals je dat in Afrika onder de gesel van de AIDS al ziet. Zij hebben weinig te verliezen en dat geeft hen een ongelofelijk grote voorsprong.

* * *

Het is inderdaad een collectieve ziekte waardoor de hele mensheid is aangetast, alleen kun je zeggen dat wij westerlingen daar zieker van zijn dan de primitieven, maar ook zij zijn besmet. Het is heel verraderlijk hen te idealiseren. Primitieve geneeskunsten zijn vergelijkbaar met onze alternatieve, gebruikten en gebruiken ook kruiden om te pogen een verstoord evenwicht te herstellen, hebben het over boze geesten, voorouders en nog veel meer hulpconstructies en werken dus ook niet.
Je kunt wel stellen dat een warm huis, voorzien van elektriciteit niet slecht is, maar het blijft een gevangenis, waar je voor moet werken om die aan te schaffen en te onderhouden, waarbij je afhankelijk blijft van duizend en een andere mensen. Verder gaat het er niet om hoe we auto’s gebruiken, maar waarom we ze gebruiken en ik kan daar met de beste wil van de wereld geen zinnige reden voor bedenken, noch voor enige andere uitvinding die in de loop van de geschiedenis is gedaan en ik ben benieuwd welke uitvinding jij zinnig vindt. En wat die compromissen betreft, dat doet mij denken aan iemand die wel naakt wil zijn maar wel zijn sokken aan wil houden. Natuurlijk zijn er compromissen mogelijk, maar je moet dan wel beseffen dat compromissen de grondslag hebben gelegd voor deze maatschappij. Compromissen dienen er uitsluitend voor om dingen goed te praten, te rechtvaardigen. Deze maatschappij draait om dualiteit, enerzijds, anderzijds, en daar stroomt geen energie langs, maar ellende.

* * *

Het lijkt me toch niet prettig om met warhoofden als Omraan en Swedenborg op een pagina te staan. Daarnaast zaaien begrippen als reïncarnatie, karma, gidsen en tweelingzielen alleen maar verwarring, omdat met name de eerste twee al eeuwen op alle mogelijke manieren misbruikt zijn en gidsen en tweelingzielen van die merkwaardige hedendaagse hersenspinsels zijn, die door mensen te pas en te onpas gebruikt worden om van alles goed te praten. Jullie beseffen onvoldoende hoe rampzalig het verspreiden van dit soort zweverijen is. De websites bieden eigenlijk een afgrijselijk verhaal, maar het is fascinerend om te merken, hoe selectief mensen het lezen. Ze vinden het aanvankelijk prachtig en hoopvol, totdat ze merken dat het ook over hen gaat en alles waar ze het niet mee eens zijn, wat ze overdreven vinden of waarin ze vinden dat we te ver gaan, zijn net die vooroordelen en het zelfbedrog, die ze niet onder ogen durven te zien.
Maar besef je verantwoordelijkheid, want de uitspraak van Seneca “niemand dwaalt uitsluitend voor zijn eigen rekening, maar hij is ook de oorzaak en bewerker van het dwalen van een ander” staat nog steeds als een paal boven water. Dat wil dus zeggen als je het zelf niet precies weet en begrijpt, je anderen alleen maar op je eigen dwaalspoor mee kunt slepen. En dat maakt dus jou medeverantwoordelijk aan het de mist ingaan van vele anderen,

* * *

Om een bizarre fantasie van Swedenborg aan te halen: hij schrijft in “Vera Christiana Religio” dat “er twee bovenaardse Londens zijn. Wanneer mensen sterven verliezen ze hun aard niet. De Engelsen behouden het intieme licht van het intellect en hun respect voor gezag; de Nederlanders gaan door met handeldrijven; Duitsers zijn gewoonlijk beladen met boeken, en wanneer iemand ze een vraag stelt, consulteren ze eerst het toepasselijke deel alvorens te antwoorden. Moslims zijn het merkwaardigst van allen. Omdat de begrippen Mohammed en religie onontwarbaar met elkaar zijn vervlochten in hun zielen, zorgt God dat ze een engel ter beschikking hebben die doet alsof hij Mohammed is om hen te onderrichten”.
Dit zijn toch ontegenzeggelijk uitspraken van iemand die volledig geflipt is, hoewel zijn aanhangers geloven dat hij het licht gezien heeft. En als Omraam het over tweelingzielen heeft en jij dat vervolgens herkent in het Thomasevangelie is dat voor mij een onbegrijpelijke constructie. Als ik vervolgens lees wat hij over opvoeden schrijft dan lees ik daar alleen een absoluut gebrek aan realiteitsbesef uit. Een ideaalbeeld beschrijven in een wereld waarin elk jaar in Nederland alleen 50 kinderen door hun opvoeders worden doodgeslagen is in mijn ogen absurd. Dit is een gruwelijke wereld voor kinderen, die door hun opvoeders vervormd worden naar hun beeld en gelijkenis, die niet mogen blijven wat ze zijn, die aangepast moeten worden aan deze waanzinnige wereld en voor hen hebben we eigenlijk de websites geschreven. Zij hebben geen boodschap aan al die rare verhalen van grote mensen over karma en reïncarnatie, vorige levens en andere manieren waarmee zij hun gedrag goedpraten. Zij willen gewoon een veilig nest en het recht om te blijven wie ze zijn. Zij willen gehoord en gezien worden, maar ze hebben niets in te brengen. Alles wat van waarde is, is weerloos.
De wereld staat in brand, mensen maken elkaar overal af, vechten voor hun eigen belang en om hun eigen gelijk, gaan over lijken en er zijn alleen maar slachtoffers en daar helpen geen mooie woorden aan. Beleren en veroordelen is iets heel anders dan constateren van feiten, vooroordelen, overtuigingen, tegenstrijdigheden en het gebruiken van vage begrippen. Het is een uiterst sombere tijd waarin we leven. Achter alle opgewekte en vrolijke maskers, schuilt wanhoop, verdriet, niet gehuilde tranen, berusting, ingehouden agressie, ergernis, en steeds meer mensen voelen dat het zo niet langer kan, dat er iets moet gebeuren.

* * *

Je schrijft dat je altijd sporen van twijfel en onzekerheid zult behouden en dat die sporen zullen blijven. Dat houdt in dat mensen zich niet van hun verleden en van de littekens op hun ziel zouden kunnen bevrijden en dat het verleden dus het heden zal blijven bepalen en dat is wel erg pessimistisch. Onuitgewiste sporen bepalen onbewust hoe je nu leeft, reageert op anderen, wat je belangrijk, leuk en mooi vind, kortom je vanzelfsprekendheden en als je je van die vanzelfsprekendheden ontdoet, verdwijnt het spoor vanzelf. Al die dingen waren ooit nodig om te overleven en nergens anders voor en zijn nu nog slechts overbodige bagage die je vrijheid en onbevangenheid in de weg staan.
Jij gaat er van uit dat het onmogelijk is om mensen voor valkuilen te behoeden. Het probleem is dat in deze maatschappij de meest bizarre dingen normaal en belangrijk worden gevonden en dat mensen de valkuilen dus helemaal niet onderkennen. Er zijn zoveel mensen die zich keurig gedragen en trouw geleefd hebben naar de ‘deugden’ van deze maatschappij, geploeterd hebben om iets te betekenen, gezorgd hebben dat hun kinderen het ‘beter’ kregen dan zij, trouw naar de kerk gegaan zijn en veel gebeden hebben, krampachtig de lieve vrede bewaard hebben, zichzelf bedolven hebben onder spulletjes, en vreselijk de mist ingaan. Altijd geleefd zoals ze geleerd hebben dat ze moesten leven en doodongelukkig. Zouden ze zichzelf dan niet altijd voor de gek gehouden hebben en door anderen voor de gek hebben laten houden, tegen beter weten in omdat iedereen het deed? Ouders die bij god niet weten wat zich in de hoofden van hun kinderen afspeelt, echtparen die na 30 jaar niet weten wat er in de ander omgaat, niemand die het achterste van zijn tong durft te laten zien, niemand die echt durft te zeggen wat er in hem omgaat, laat staan dat ze weten wat er zich in hun eigen hoofd allemaal afspeelt. Eenzaam en onbegrepen. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden en daarmee laat je mensen niet in hun waarde maar in hun wanen. Onder het mom van hun ongebreidelde tolerantie hebben ze geleerd respect te hebben voor de meest waanzinnige vooroordelen van anderen, zoals ze ook willen dat anderen hun vooroordelen en eigenaardigheden respecteren. Dat doen ze dan ook, maar vraag niet wat mensen daar nu echt van denken, want dan zou het spel gauw afgelopen zijn.
Zij koesteren de illusie dat zij hun geluk kunnen bouwen op de ellende van anderen. Zij hebben geleerd om zich af te sluiten voor de ellende in de wereld, terwijl ze daaraan allemaal bijdragen. Zij zijn collectief verantwoordelijk voor deze onrechtvaardige wereld, collectief verantwoordelijk voor elk huilend kind, waar ter wereld ook. Ze hebben hun manier van leven opgelegd aan de hele wereld, zij laten de armen voor een hongerloontje slaven voor hun luxe, zij leveren de wapens en munitie, zij hebben ze belast met hun geperverteerde christendom, zij zuigen ze nog steeds uit, zij bepalen wat voor hen belangrijk is, zij stoppen hen de kruimels van hun overladen dis toe en slaan zich daarbij luid op de borst en begrijpen niet waarom ze niet gelukkig zijn. Aan alles wat ze bezitten kleeft bloed, slavenarbeid, werk aan lopende banden, door allemaal medemensen die daar niet voor gekozen hebben. Zij hebben onze eigen hel, hoe krampachtig mensen zich ook voorhouden dat ze gelukkig zijn, gecreëerd en geven anderen daar de schuld van, maar ze doen het zich allemaal zelf aan. Wij zijn allemaal leden van dezelfde mensenfamilie en niemand van het gezin kan gelukkig zijn als niet ieder lid van het gezin gelukkig is. Alles heeft met alles te maken. Deze cultuur is net als alle andere culturen één grote vergissing en gebaseerd op macht van de ene over de andere mens en gedoemd om net als alle andere culturen op het toppunt van hun macht ineen te storten en dat staat te gebeuren, want alle tekenen wijzen daarop. Er heerst een collectieve paranoia en onvrede. Alles draait vast en het is nog slechts een kwestie van tijd of mensen zullen er massaal uitstappen, weigeren om nog langer mee te doen aan dit zieke en heilloze spel, om nog langer hun handen vuil te maken, om nog langer hun ogen te sluiten voor wat er nu echt aan de hand is.

* * *

Naar boven

Brieven - deel 8

Home