Home

Correspondentie - deel 2


Madelieven in het gras

Even eerst nog een metafoor. Je zou kunnen stellen dat de mens wordt geboren met een eigen besturingssysteem, wat je bij dieren het instinct noemt. Met dat eigen besturingssysteem werkt hij volmaakt, hapert nooit, is altijd gelukkig, en leeft onafhankelijk en vrij, temidden van onafhankelijke en vrije mensen. De enige voorwaarde die de maker heeft gesteld is dat hij niet gaat knoeien aan het besturingssysteem want daar komt alleen maar ellende van. Die andere metafoor die het daarover heeft is het paradijsverhaal, waar de enige voorwaarde is dat de mens niet eet van de boom van kennis van goed en kwaad, met andere woorden niet zelf gaat bepalen wat goed en kwaad is. Maar je weet hoe het gegaan is, de digibeet denkt in zijn hoogmoed het systeem te kunnen verbeteren, brengt wijzigingen aan, de boel gaat haperen, vastlopers, beterweters die denken te weten hoe je de problemen kunt oplossen, ingewikkelde hulpprogramma's die het alleen maar erger maken, filosofen die hele nieuwe besturingssystemen ontwerpen, die ook weer niet kloppen, virusprogramma's, dokters die de hele systeemkast ontleden met schroevendraaiers en andere gereedschappen, in de veronderstelling dat als alle componenten kloppen, het apparaat het moet doen, heilige instructieboeken, geschreven door mensen die het ook niet allemaal begrijpen. Kortom een heilloze en zinloze bezigheid. En een enkele keer lukt het iemand om zich van alle shit te ontdoen en terug te keren naar het oorspronkelijke besturingssysteem en hij ontwerpt software om die belangeloos ter beschikking te stellen van de anderen. Zo zou je onze site kunnen zien.

In "Het is mogelijk", te vinden op onze site, staan aan het eind een aantal stellingen. Een daarvan luidt: bevrijding kan alleen massaal. Het is namelijk een bijna onmogelijke opgave om in je eentje tegen de stroom in te zwemmen en het wordt zoveel gemakkelijker als we dat met z'n allen doen, dan keert de stroom om en wordt het steeds eenvoudiger. Maar het wordt natuurlijk een gigantisch apocalyptisch gevecht met een dramatische scheiding der geesten, machthebbers die wanhopig proberen om hun posities te handhaven, wetenschappers die hun kennis er proberen door te drukken, ouders die hun kinderen proberen te overtuigen, de clerus die hun kerkvolk willen houden en steeds meer mensen die gewoon niet meer meespelen, ongrijpbaar en vrij.


Staat niet in Mattheus 7:2: "oordeel niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; want met het oordeel , waarmede gij oordeelt , zult gij geoordeeld worden". Of met Spinoza te spreken: wat jij zegt over ons zegt meer over jou dan overons. Wij hebben er nogmaals geen bezwaar tegen dat je onze versie verder uitdraagt want het is waarschijnlijk het enige pure christelijke geschrift op het internet. Wat jij hebt gedaan is iets christelijks omzetten in iets kerks, zoals de kerken dat de hele geschiedenis door gedaan hebben. Altijd hebben de kerken de gevestigde orde gediend, de machthebbers naar de mond gepraat en alles wat de status quo diende omhelsd. Ik respecteer wat je gedaan hebt en ik begrijp het ook, Nadat keizer Constantijn zich tot het christendom bekeerd had in 413 AD en vervolgens tot staatsgodsdienst was uitgeroepen was het hek van de dam. Vanaf dat moment kon iedere Romeinse soldaat elk niet-canoniek geschrift in beslag nemen en vernietigen. De ware christenen trokken zich in eenzaamheid met hun staatsgevaarlijke geschriften terug. Bisschop Athanasius van Alexandrië verordende in 367 AD in zijn 39e Paasbrief dat alle evangelies die niet tot de officiële canon behoorden vernietigd moesten worden "om de eenvoudigen niet in verwarring te brengen". Alle exemplaren van alle andere evangelies zijn toen vernietigd, alleen dat ene van Nag Hammadi niet. Nog steeds is voor de christenen het Evangelie van Thomas een ketters en bedreigend boek. Het klinkt wrang, maar in wezen is het aan de mensen die zich christenen noemen te wijten dat het Koninkrijk Gods nog steeds niet op aarde gevestigd is.


Het is verbazingwekkend hoe slecht jullie je eigen boek kennen. Staat er niet dat je je niet moet bekommeren om de dag van morgen (Matth 6:34) en wat doe je dan met je verzekeringen, je plannen en je volle agenda? Staat er niet :"gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is" (Matth.5:48). Waarom ben je dat dan niet? Zou dat komen omdat de woorden eerlijk en eerlijkheid, bedrog en zelfbedrog geen enkele keer in de Bijbel voorkomen en je dus als christen niet eerlijk hoeft te zijn? Staat er niet: "weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten of drinken, of over uw lichaam waarmee gij het zult kleden (Matth. 6:25) Ik begrijp niet hoe je dat kunt rijmen met gezond eten en mode. "Slaat iemand u op de wang, keer hem ook de ander toe"( Lucas 6:29) is wat heel anders dan vechten om je eigen gelijk te krijgen.
Als je al die uitspraken van Jezus leest en vervolgens in de wereld om je heen kijkt kun niet anders dan tot de conclusie komen dat hij een heel andere wereld voor ogen had met hele andere mensen.
In je eigen bewerking heb je onze uitleg van logion 14 vrijwel letterlijk overgenomen: "ziek wordt je niet door verkeerd eten, maar door wat uit de mond uitgaat. Want wat uit de mond komt, komt uit de gedachten: oneerlijkheid, haat ergernis, hebzucht, egoisme, jaloezie, begeerten, kwaadaardigheid, onrechtvaardigheid, list en bedrog. Dat maakt de mens ziek". Door dat over te nemen verkondig je dat zelf en dat verbaast ons zeer.
Ik stel me wel eens voor dat Jezus terug zou keren op aarde en bij een christen zou aankloppen, in sjofele kleding, want hij maakt zich geen zorgen om waar hij zich mee zou kleden. Ik denk dat hij niet eens binnen gelaten zou worden. Men zou hem vragen of hij christen was en hij zou dat ontkennend beantwoorden en vervolgens zouden ze hem willen bekeren.
Jij hebt dus van onze verklaring van de geheime woorden een dualistisch onchristelijk geschrift gemaakt en dat vinden wij jammer.


Ik heb een degelijke orthodoxe christelijke opvoeding gehad en ben dus zogezegd doorkneed in de schriften. Ik heb me vaak voorgesteld hoe het zal zijn als Jezus wederkomt en hoe ik moet zorgen dat dan als bij de wijze maagd mijn olielamp altijd gevuld moet zijn, hoe ik moet woekeren met mijn talenten, niet voor mijn plaats in de maatschappij, maar voor de armen, de minsten onder ons, de ontrechten, de treurenden. En als Hij dan wederkomt om te oordelen, dat ik dan een rein geweten heb en Hem recht in de ogen kan zien. Dat ik niets te verbergen heb, Hoe vaak heb ik vroeger niet "Eens Christenreize naar de eeuwigheid" gelezen, hoe vaak gekeken naar de plaat met de Smalle en de Brede weg en hoe heb ik moeten vechten om weerstand te bieden aan de verleidingen van de wereld, aan mijn egoïsme en aan mijn ijdelheid. Hoezeer heb ik ervaren dat ik minder moest worden en Hij meer, dat ik tot God moest naderen, waarin ik de eerste stap moest zetten en dat Hij dan tot mij naderde. Hoe ik altijd kracht naar kruis kreeg en Hij mij telkens mensen op mijn weg stuurde die mij verder hielpen op de smalle weg. Hoe heeft mijn wereldse kennis, het weten der hoogmoedigen, mij in de weg gestaan, hoe de gehechtheden aan mijn wereldse bezittingen, hoe moeilijk was het om niet te luisteren naar alle dwaalleraren, naar wereldse wijzen, die van het rechte en eenvoudige pad een dwaalweg hebben gemaakt en zelf niet ingegaan zijn door de enge poort omdat ze in hun hoogmoed niet diep genoeg konden bukken en daardoor hun wedergeboorte in de weg staan. Geloven zei de Deense filosoof Kierkegaard, is gaan op een weg waar alle wegwijzers zeggen: terug, terug, terug. Ik voelde dat als Hij meer moest worden dat ik minder moest worden, steeds minder tot er van mij niets meer over zou blijven en dat is een heel moeilijke weg geweest. Het is dus een foute afbeelding op de plaat van de Smalle en de Brede weg, want de enge poort moet niet aan het begin van de Smalle weg staan, maar aan het eind en je kunt er pas door als je de laatste penning hebt ingelost. Hij eist een onvoorwaardelijke overgave, geen maren en geen excuses. "Heere, wie zal verkeeren in Uwe tent? Die oprecht wandelt en gerechtigheid werkt, en die met zijn hart de waarheid spreekt" (Psalm 15-2). En in de Wijsheid van Salomo staat: "Laat ons de rechtvaardige uit ons midden weg doen, want hij is ons onaangenaam". Dat is het gevecht wat je met de wereld moet leveren en dat is een pijnlijk gevecht, waarin het vaak zo verleidelijk is om weer te kiezen voor de groep of de kudde op de Brede weg. Er staat in Johannes (14:12) dat degene die in Hem gelooft, niet alleen de werken zal doen die de Here Jezus gedaan heeft, maar nog meer. Dat wil dus zeggen dat als wij zijn woorden geloven en daar compromisloos naar leven wij uiteindelijk niet alleen zieken zullen genezen en "doden" zullen opwekken, "blinden" het licht weer in hun ogen zullen teruggeven, maar zelfs nog grotere werken. Ik zou niet weten hoe je die uitspraak anders zou kunnen begrijpen, want het staat er echt zo. Wij hebben wel geleerd dat het bloed van de Here Jezus reinigt van alle zonden en dat God de mens die de Here Jezus erkent als zijn Verlosser en Hem aanneemt een nieuw hart zal geven, een hart dat rein is en in staat zal zijn de wil van God te doen, maar jaren hartstochtelijk bidden en kerkgang hadden mij geen nieuw en rein hart opgeleverd, noch mij geleerd hoe zieken te genezen en doden op te wekken. Zou het dan niet zo kunnen zijn dat wij de woorden van de Here Jezus niet begrijpen omdat wij ziende blind en horende doof zijn? Zou het kunnen zijn dat wij niet zien en niet horen omdat wij allen rijke jongelingen zijn, die niet bereid zijn om alles op te geven en de Here Jezus na te volgen? Zijn wij misschien niet rechtvaardig en eerlijk? Is het niet onze hoogmoed die ons verblindt? Hebben wij niet teveel kennis om arm van geest te zijn? Zijn wij echt zachtmoedig en vredestichters? Streven wij naar een rechtvaardige wereld en hebben wij daar alles voor over, of zijn we te druk met onze eigen belangen? Zou het dus kunnen dat de Here Jezus het allemaal anders bedoeld heeft dan wij altijd van de dominee gehoord hebben?.

Lang geleden toen ik nog dacht dat woekeren met je talenten betekende dat je hogerop moest komen in de wereld, heb ik mijn hoofd op de universiteit met wereldse kennis gevuld en heb het dus ver geschopt in de wereld. Toen begreep ik nog niet wat Prediker bedoelde als hij zegt dat wie kennis vermeerdert smart vermeerdert. Dat heb ik pas jaren daarna ondervonden. Ook ik heb lang gedacht dat als ik mij aan de voorschriften van de kerk hield, de goede boeken las, wekelijkse kerkte, en genoeg bad, ik mij op de smalle weg bevond. Dat hadden ze me ook altijd verteld en ik wist dus niet beter. Dat ik vaak gedachten had die ik helemaal niet wilde hebben, dat ik dingen deed die ik eigenlijk helemaal niet wilde doen, dat hoorde er nu eenmaal bij, want het vlees is zwak. Ik dacht echt dat ik een christen was omdat ik in de Here Jezus geloofde en Hem als mijn persoonlijke Verlosser had aanvaard, maar ik voelde me nooit echt verlost van het kwade en om mij heen zag ik overal christenen, die mooie dingen zeiden en andere dingen deden, die getroffen werden door ziekten en andere rampspoed en ik ging mij steeds meer afvragen waarom het evangelie een blijde boodschap heette en waarom het zo moeilijk was om er naar te leven. Toen heb ik mij gerealiseerd dat dat alleen kon omdat ik op de brede weg zat en dat de smalle weg een moeilijke weg is, van de wereld weg, en ik wist niet of er wel een einddoel zou zijn en hoe dat zou zijn. Onderweg werd de last steeds lichter. Ik verwijderde mij al gaande steeds verder van de achterblijvenden, die vonden dat ik weer terug moest en normaal moest doen, me gewoon weer aanpassen. Maar als je eenmaal op weg gegaan bent is er geen weg meer terug. En ik begreep steeds beter wat de Here Jezus nou echt bedoeld had, dat Hij gezegd heeft dat wij Hem na moeten volgen, dat wij onze hoogmoed, ijdelheid en alle andere ondeugden af moeten leggen, dat wij minder dan de minste moeten worden, dat wij onze andere wang moeten toekeren, en dat je dat niet alleen moet weten maar dat je dat ook moet doen. Dan is er opeens die enge poort en kom je eindelijk thuis. Dan pas heb je echt afscheid genomen van de wereld, je staat er wel nog in maar je bent er niet meer van. De Here Jezus lief hebben is dus duidelijk iets anders dan Hem navolgen.


Het moet heel lang geleden zijn dat de Schepping nog ongerept was. De aarde was een lusthof, een grenzeloos paradijs. Alles was in evenwicht en tegenwoordig zouden wij zeggen dat het een volmaakt ecosysteem was. De seizoenen kwamen en gingen, alle dieren leefden naar hun aard en vormden temidden van een prachtige natuur van wouden, open vlakten, glasheldere rivieren een eindeloos en prachtig schouwspel. Maar er was nog niemand die kon genieten van al dat moois en in zijn eindeloze goedheid schiep de Schepper de mens. Net als alle gewassen en dieren gaf Hij ook de mens een ware aard en omdat alle mensen hem even lief waren maakte Hij alle mensen gelijk, naar zijn beeld en gelijkenis, zodat iedereen evenzeer zou kunnen genieten. Een overvloed van gewassen, vruchtbomen met heerlijke vruchten gaf Hij hen tot voedsel. In de oorspronkelijke mensen genoten van het overweldigende altijd weer veranderende schouwspel. Zij aten als ze honger hadden, sliepen als ze moe waren, zwierven door geen grenzen tegengehouden en genoten alleen maar van zichzelf, elkaar en die prachtige wereld waar zij in leefden. Alles was voor iedereen. Er was nooit ruzie, geen oorlogen, geen verdriet en pijn, nooit huilende kinderen en nooit was er iemand ziek en er gebeurden nooit ongelukken, want in een volmaakte wereld met volmaakte mensen kan dat nu eenmaal niet. Maar ergens is het misgegaan en mensen raakten van het eenvoudige en rechte pad. Op een dag zei een mens: "dat is van mij" en hij ging zich beter voelen dan andere mensen en anderen volgden hem en ze waren niet meer tevreden en ze voelden zich niet meer een met hun medemensen en met de natuur. Ze zagen niet meer hoe alles met alles samenhing, ze zagen het werk van de Schepper niet meer omdat ze trots waren op het werk van hun eigen handen en ze voelden zich verloren op deze wereld. Ze kwamen van kwaad tot erger en vonden dat de Schepping onvolmaakt was en dachten dat ze die moesten verbeteren en overal maakten ze er een janboel van. Omdat ze zich niet gelukkig voelden gaven ze de schuld aan elkaar, maakten ruzie en voerden oorlogen. Ze werden ziek en er gebeurden ongelukken en altijd vonden ze een zondebok of ze noemden het toeval. Ze begrepen zichzelf en de wereld niet meer Er kwamen mensen die vertelden hoe andere mensen moesten leven en wat ze moesten geloven en die schreven dikke boeken met ingewikkelde verhalen en zeiden dat ze de waarheid hadden opgeschreven en dat de eenvoudige mensen dat moesten geloven. En er stonden steeds mensen op die zeiden dat het volk was afgedwaald en wilden ze gelukkig zijn dat ze dan moesten ophouden met dat rare spel wat ze speelden en die noemden ze dan profeten en die maakten ze dan dood. 2000 Jaar geleden was er ook zo'n profeet, die ze Jezus noemden die het rare spel helemaal doorzien had en begrepen had dat je alleen maar gelukkig bent als je leeft zoals de Schepper dat bedoeld had en dat mensen van de Schepping af moesten blijven, want anders kun je er niet van genieten en dat de grote mensen een voorbeeld moesten nemen aan de kleine, nog onbedorven kindertjes. Hij had begrepen dat je pas echt gelukkig kunt zijn als alle mensen gelukkig zijn en daarom vond hij dat hij dat overal rond moest vertellen. En toen hebben al die mensen met bezittingen en belangen, de mensen die zich zo hoog verheven hadden boven hun medemensen, hem vermoord en zijn volgelingen uitgeroeid. Ze hebben zijn woorden verdraaid zodat ze daarmee hun eigen belangen konden veiligstellen en gewoon op dezelfde weg konden doorgaan. En er zijn nog steeds heel veel mensen die prachtig vinden wat hij gezegd heeft en die noemen zichzelf christenen, maar die leven niet naar zijn woorden en hebben van hem een afgod gemaakt. God is niet herkenbaar in christenen maar alleen in rechtvaardige, eerlijke, belangeloze mensen en dus in alle kleine kinderen.


Als je de evangeliën als een historisch verslag leest, met andere woorden als je een allegorie letterlijk neemt stuit je inderdaad op veel onverklaarbare zaken. Als dan in die allegorie ook nog een keer gelijkenissen voorkomen wordt het nog raadselachtiger. Als je een Nederlander uit wil leggen hoe een Tobriander leeft, zul je dat in een gelijkenis moeten doen, waarbij je moet putten uit beelden die de Nederlander kent. Dat wil niet zeggen dat ons doorspoeltoilet de norm is. Als Jezus, laten we hem voor het gemak personifiëren, die zichzelf in de andere wereld, het Koninkrijk Gods of Nirwana, bevindt aan mensen die zich nog in de onderwereld of de maatschappij bevinden wil uitleggen hoe de slapenden van daaruit zijn wereld kunnen bereiken moet hij dat wel doen in gelijkenissen uit hun wereld. Niet iedereen heeft in deze maatschappij dezelfde kansen gehad en dat betekent dat het voor de minder ontwikkelden veel moeilijker is om deze ingewikkelde wereld te doorzien als een baaierd van onrecht, dan voor bijvoorbeeld de academicus. De gelijkenis van de talenten betekent dat je die talenten niet gekregen hebt om het ver te schoppen in deze maatschappij, maar dat je die moet aanwenden voor de realisatie van een rechtvaardige wereld. Jezus predikte armoede noch ascese, maar onthechting en dat is wezenlijk anders. De begeerten zitten in je hoofd, het bezit en het genotzoeken zijn daar slechts de uitingen van. Het is de omgekeerde wereld als je denkt dat je door afstand te doen van je bezit kunt onthechten.
Als je de evangeliën leest als een metafoor van de opkomst, verkondiging en teloorgang van een messianistische beweging zijn het eenduidige verhalen. De verlichte leden, die beseften dat wat zij vertelden en voorstonden de boodschap was die zou voeren tot een rechtvaardige wereld, het Beloofde Land, omdat zij zelf die weg hadden afgelegd, en dat wat zij verkondigden de vervulling van de profeten was, hebben knap geconstrueerde verhalen gemaakt, waarbij zij overal geput hebben uit het oude testament, om hun boodschap kracht bij te zetten. Vandaar ook het verhaal van de zilverlingen.
Geef de keizer wat des keizers is en Gode wat Gods is, is in dit licht ook duidelijk. De beweging was ervan overtuigd dat het paradijs op aarde komende was en wat zei dus eigenlijk bedoelden met deze uitspraak is dat mensen zolang het nog niet zover was ze het spel gewoon mee moesten blijven spelen, listig als een slang en argeloos als een duif. Geen verzet, geen opstand, gewoon doen wat anderen van je eisen, maar niets van anderen eisen. Niet vijanden als vijanden zien, maar als medemensen die niet weten wat ze doen. Geen kwaad met kwaad vergelden, maar beseffen dat je vuile handen zelf maakt.
In deze hedonistische en onrechtvaardige maatschappij, waarin wij allemaal rijke jongelingen zijn, lijkt de ethiek van Jezus bar, onpraktisch en onhaalbaar, maar wezenlijk is er niets veranderd. De verschillen zijn slechts kwantitatief. Jezus vroeg een compromisloze eerlijkheid en rechtvaardigheid, want dan alleen kun je door de enge poort. En dat geldt nog steeds. Wat u zijn aanhangers noemt zijn alleen sprekers van het woord. Hem navolgen betekent worden als hij, die zich van alle maskers had ontdaan en weer mens was geworden. Hij gedroeg zich als een zoon van God en in wezen zijn wij allemaal zonen en dochters van God. Hij had de uitweg uit dit tranendal gevonden en beschouwde het als zijn opdracht om zijn medemensen die uitweg te wijzen, maar zij waren horende doof en ziende blind. Zijn aanhangers gedragen zich niet als mensen maar als christenen Wij hebben geprobeerd de eindredactie van de biografie van Gods zoon op ons te nemen, maar heel begrijpelijk lusten net als toen weinigen daar brood van. Met name voor degenen die zich naar hem noemen is het een gruwel.


Wat was het eigenlijk een behaaglijke en overzichtelijke tijd toen de Muur nog niet gevallen was. Wij en zij hadden een vijand, wij en zij wezen naar de ander als het niet goed ging in de wereld, de schuldige was altijd duidelijk en het monster Trotteldrom was dus de ander. Vrijheid is een leven zonder angst, riepen de kinderen vorig jaar op Bevrijdingsdag en het Westen verdedigde de "vrijheid" en iedereen was bang. Zonder die dreiging had natuurlijk ook iedereen altijd al zijn angsten, bang om ziek te worden, bang voor de dood, bang om afgewezen te worden, bang om het niet te redden in de maatschappij, bang voor liefdesverlies, bang om door de mand te vallen, bang voor verlies, bang om al die dingen waar ze van geleerd hadden dat die zomaar konden gebeuren. Maar dat hoort nu eenmaal bij het leven, zeiden ze dan.
En toen viel de Muur en hadden we geen vijand meer, geen ander om de schuld te geven van ons onbehagen en toen bleek de vrijheid nog steeds niet aangebroken, de angsten onverminderd, maar in een andere gedaante en de onvermijdelijke conclusie is dat het monster Trotteldrom onder ons is en nu wijzen wij dus naar de ander. Zou het niet zo zijn dat het monster Trotteldrom uiteindelijk in onszelf zit conform zo binnen zo buiten? Dat de tegenstrijdigheden in onszelf zitten en dat die onvrede met onszelf het monster voedt en doet groeien? En dat al die individuele monstertjes bij elkaar de voedingsbodem vormen waarop het terrorisme en de burgeroorlogen tot groei en bloei komen?
Op zijn sterfbed verzuchtte Pasteur: "het is niet de bacterie, het is de voedingsbodem" maar toen was het al te laat. Toen waren andere wetenschappers al met zijn vinding aan de haal gegaan want eindelijk was de ziekteoorzaak gevonden: het kwaad komt van buiten en moet bestreden worden.
Om op de geneeskunde terug te komen, die bekommert zich niet om de voedingsbodem, maar bestrijdt slechts de symptomen van een verstoord evenwicht. De parallel met wat er in het groot gebeurt lijkt mij overduidelijk. Deze uit zijn evenwicht geraakte wereld is een prachtige voedingsbodem voor het kwaad, agressie, zinloos geweld, terrorisme, natuurrampen en alle andere symptomen waardoor de invloed van het monster Trotteldrom zich manifesteert. Dat moet bestreden worden, met geweld, met meer blauw op straat, met meer regels en wetten, met meer gevangenissen en de wereld blijft zo uit zijn evenwicht en er verandert niets. Christenen, met hun gnostisch en dus dualistisch denken, noemen het monster Satan, maar die zit dus ook in henzelf.
Marten Toonder is een prachtige sprookjesverteller. Hij is onze laatste mythe-schrijver, die met zijn creatie van Ollie B. Bommel, als het ijdele, kortzichtige ego en Tom Poes als de stem van het geweten, de Logos, die het ego elke keer terecht moet wijzen, de archetypische mythen vertaalt naar het heden. In "De Weetmuts", bevindt zich onder de Zwarte Bergen de onderwereld, waar de Kwillen wonen, een levensvorm die nog niet door geleerden ontdekt is en daarom wetenschappelijk niet bestaat. "Het is een rustig volkje, dat een zwijgend leven leidt (Lao Tse: zij die weten spreken niet) in de eeuwige stilte van hun holen en gangen. Want een taal bezitten zij niet en die hebben ze niet nodig. Onderling zijn ze namelijk verbonden door draden, waardoor ze communicatie hebben (er is maar een taal en dat is de liefde); op die manier weet de een wat de ander weet en is er nooit ruzie" Het is frappant als je ziet hoeveel overeenkomsten zijn beschrijving geeft met de verhalen van de oude Taoisten over de Ouden en de Oorspronkelijke Tijden en de beschrijving van Spinoza van de Natuurstaat.
Misschien is onze maatschappij de Kolos op lemen voeten, die wankelt onder zijn eigen hoogmoed, zelfdestructief en allesvernietigend. Ik moet dan altijd denken aan het intense plezier waarmee mijn kinderen hun zandkastelen op het strand door de opkomende vloed vernietigd zagen worden zodat het eind weer als het begin was.


Gelukkig zijn er ook lezers die uit de redundantie van de schrijvers het wezenlijke patroon van het geschreven kunnen destilleren. Een aardig voorbeeld is Rabbi Hillel de Oudere, die toen hij eens door een heiden werd benaderd met de mededeling dat hij genegen was zich tot het jodendom te bekeren als de Meester, staande op één been, de hele Thora voor hem kon reciteren. Hillel antwoordde: "Je moet een ander niet aandoen wat je niet wilt dat men jou aandoet. Dat is de kern van de Thora. De rest is commentaar".
In de menselijke communicatie wordt het brein beschouwd als een stochastisch systeem, wat dus voorzien is van de capaciteit om vroegere aanpassingen voor toekomstig gebruik op te slaan. Het probleem is alleen dat oude aanpassingen niet vernietigd worden als er nieuwe gevonden worden, maar die oude de nieuwe verstoren. Daarom zijn mensen geneigd hun aanpassingsproblemen aan de ander of de omstandigheden toe te schrijven. Patroonherkenning, dus het ontdoen van redundantie, hoort in het domein van de analoge communicatie. De digitale rationalisten, de woordenneukers, houden dus niet van niet redundante schrijvers. Ze kunnen wel verklaren, maar niet begrijpen. Zij kunnen niet houden van poëzie, Tom Poes, of Tolkien, want zij kunnen de franje niet van het wezen onderscheiden. De aangepasten hebben hun buitenwereld gestructureerd omdat hun binnenwereld een chaos is en de onaangepasten, de dromers en de kunstenaars hebben een binnenwereld met een geringe redundantie. Zij zijn de patroonherkenners, maar voor hen is de buitenwereld een chaos. Je zou dus kunnen stellen dat schrijvers met een grote redundantie per definitie een grote aanpassing vertonen en dat voor hen aforismen banaal zijn, omdat zij van mening zijn dat het allemaal veel ingewikkelder is omdat ze dat ze zelf ingewikkeld zijn. Hoe groter de aanpassing is, hoe fijnmaziger het netwerk is, waardoor ze de werkelijkheid aanschouwen en hoe minder ontvankelijk mensen zijn voor het analoge denken, hoe minder dus hun beeldend vermogen is. Hoe grofmaziger het netwerk is hoe gemakkelijker de aforismen opdoemen.
Daarom bestaat er in deze wereld ook geen objectieve kritiek op poëzie. In "De mens als metafoor" schrijft Douwe Draaisma: "Wij kennen onszelf niet, gelukkig maar anders was er geen psychologie. De vraag naar het wezen van de mens komt hierop neer, dat iets in het systeem uit het systeem stapt om iets over het systeem te zeggen alsof het buiten het systeem staat". Je zult dus, met andere woorden eerst de balk uit je eigen moeten halen, voordat je het recht hebt iets te zeggen over de splinter in het oog van de ander. Zolang je dat niet gedaan hebt vertel je meer over die balk dan over de splinter.


Wij hebben wat commentaar bij je stukje:

Echt wijs is pas iemand die geleerd heeft niet bang te zijn voor de dood.

Wie sterft voor hij sterft sterft niet als hij sterft, is een uitspraak van Mohammed, die afgezien van de Koran, kennelijk ook wijsheden gedebiteerd heeft. Het moge duidelijk zijn dat in die uitspraak letterlijk en figuurlijk door elkaar heen gebruikt worden. Kennelijk moet je aan het leven sterven, waarmee bedoeld wordt dat je het leven zoals je het leeft op moet geven. Tegenwoordig zeggen ze dat je naar een ander bewustzijn moet en de esoterici hebben het dan over Boeddha- of christusbewustzijn, wat ze daar ook mee mogen bedoelen. Of leven in het nu en hebben daar vele en ingewikkelde boeken voor nodig om dat uit te leggen. Het ware leren is afleren en het figuurlijke sterven is dus het afleren wat je aangeleerd hebt, totdat je daarmee klaar bent. We moeten Ein Mann ohne eigenschaften worden.

We zijn ter dood veroordeelden. We moeten de dood zijn vreemdheid ontnemen.

De hele wereld staat op zijn kop, alles hebben de mensen omgedraaid. Mensen zien als Narcissus hun spiegelbeeld en denken dat ze dat zelf zijn. We zijn niet ter dood veroordeeld, maar veroordeeld om te leven, hoezeer we ons daar ook tegen verzetten. We moeten niet de dood zijn vreemdheid ontnemen, maar we hebben het leven zo vreemd gemaakt. Mensen denken dat ze leven, maar we zijn allen doden die nog niet stierven.

Het doel van het leven is de dood

Het doel van het leven is het ware leven, de dood is slechts het eind daarvan.

De stoïcijnen doen allerlei suggesties om je leven in goed banen te leiden, om rust te verkrijgen, je hartstochten te temperen, je gevoelens onder controle te houden

Er zijn vele soorten stoïcijnen geweest, velen die de klok hebben horen luiden maar niet wisten waar de klepel hing. Het is onjuist om Cicero en Epictetus in een zin te noemen. Het grote verschil is dat Cicero dacht dat je stoïcijn kon zijn met je hoofd en Epictetus begrepen had dat het een manier van leven was. Zoals Nietzsche zie dat de laatste christen aan het kruis stierf, en het christendom het grootste bedrijfsongeval van de laatste 2000 jaar was, zou je kunnen zeggen dat wat de stoïcijnen predikten een schaduw was van wat er nu echt bedoeld werd. Het gaat er niet om om het leven in goede banen te leiden maar om de beletselen die het verhinderen om de juiste weg te gaan weg te nemen. Het gaat er niet om om de hartstochten te temperen, maar om je te ontdoen van je hartstochten en het is niet de bedoeling om je gevoelens onder controle te houden maar om te zorgen dat je geen emoties meer hebt. Armen van geest moeten we worden, want zoals Meister Eckehart zegt: "Hij alleen bezit werkelijke geestelijke armoede, die niets wil, niets weet en niets wenst".

Leven ze niet in een droom, in een illusoire wereld in hun benadrukken van wijsheid met afwijzing van de emotie, in hun berusting met alles wat er gebeurt? Zijn ze niet onmenselijk?

Is het niet juist andersom? Is het niet zo dat de huidige mens in een droom leeft die niet eens zijn eigen droom is, met hun hoofden bevolkt door begeerten, wensen, vooroordelen, overtuigingen en geloven? Is alles wat in mensenhoofden gebeurt niet uitsluitend illusoir? Zijn emoties, zoals angsten, jaloersheid, onrust, verdriet, boosheid, begeerten, etc. niet uitsluitend onaangenaam? Is het inderdaad niet zo dat de ware stoïcijn niet menselijk maar goddelijk is? Plutarchus zei al dat wie een el onder de oppervlakte van de zeespiegel is net zozeer verdrinkt als wie daar 500 vademen onder is. Het is een stoïcijns adagium: je bent wijs of je bent dwaas en daartussen zit niets.
Ik begrijp best dat je meer dan eens verlangd hebt zo goddelijk, niet meer gehinderd door emoties, en vrij te zijn. "Freedom is just another word for nothing left to lose" zong Janis Joplin en kon niet meer leven in deze maatschappij.
De ware mens, de ware stoïcijn en de ware wijze zijn synoniemen. Wijs worden is dus weer mens worden en het is zo eenvoudig en zo voor de hand liggend dat het eigenlijk ongelofelijk is dat mensen daar niet toe bereid zijn.


Machado de Assis beschrijft in zijn verhaal "De psychiater" de lotgevallen van Dr. Bacamarte, die in een grootse experiment de definitie van de waanzin probeert te ontdekken. "De waanzin, voorwerp van mijn onderzoekingen, was tot nu toe een eiland, verloren in de oceaan van de rede; ik begin te vermoeden dat het een continent is" en daartoe laat hij in zijn woonplaats een gekkenhuis, het Groene Huis, bouwen. Langzaam maar zeker verlegt hij de grenzen van de waanzin en komt tot de uiteindelijke conclusie dat het verstand, de parel uit de menselijke geest, het volmaakte evenwicht is van alle vermogens en daarbuiten, waanzin, waanzin, en niets dan waanzin. Steeds meer mensen, ook waar iedereen van dacht dat ze niet gestoord waren, werden na zorgvuldige observatie opgenomen en de paniek greep om zich heen. Men wist niet meer wie gek was en wie niet. Toen uiteindelijk viervijfde van de bevolking was opgenomen vernam de stad, tot haar verbijstering, dat alle gekken uit het Groene Huis in vrijheid werden gesteld. De psychiater had zijn theorie herzien en vervangen door de daaraan tegengestelde. Hij had zich voorgenomen om zijn nieuwe theorie te toetsen en dus alle mensen met een ongestoord evenwicht in de geestelijke vermogens als mogelijk pathologisch te beschouwen. Na vijf maanden had hij 18 personen geïnterneerd, groepsgewijs verdeeld in bescheidenen, verdraagzamen, waarheidslievenden, eenvoudigen, trouwhartigen enzovoort. In korte tijd had hij alle gestoorden met een geniaal therapeutisch arsenaal aan verleidingen volledig weten te genezen en na vijfeneenhalve maand was het Groen Huis leeg. Iedereen genezen. Maar iets zei Dr. Bacamarte dat de nieuwe theorie in zichzelf een tweede nog veel nieuwere theorie bevatte. Kennelijk waren de uitgebalanceerde breinen die hij had genezen even onevenwichtig als de andere. Uiteindelijk ontdekte hij in zichzelf de karakteristieken van de volmaakte geestelijk en intellectueel evenwicht; het kwam hem voor dat hij de scherpzinnigheid bezat, het geduld, de volharding, de verdraagzaamheid, de zielskracht, de trouw, enfin alle wezenstrekken van een volslagen idioot. En aansluitend interneerde hij zichzelf in het Groene Huis.

Het lijkt me een aardige parabel die een helder licht werpt op die andere idioten, Lao Tse, Chuang Tse, Boeddha, Jezus, Spinoza en al die andere onaangepaste cultuurbarbaren. Zij konden ook niet goed leven met het inzicht dat de wereld helemaal gek is en bewoond door gestoorden, die niet zien wat ze zien en niet horen wat ze horen, omdat hun zinnen gestoord worden door hun vermeende eigenbelang. Het is inderdaad gemakzuchtig om te geloven in theorieën die een ogenschijnlijke samenhang brengen in de feiten, jezelf niet te ontmaskeren, zodat je lafhartig het spel door kunt spelen.


Als het onvoltooide zo'n rijkdom biedt wat moet het voltooide dan overweldigend zijn, maar misschien is dat onzegbaar.
Je schrijft dat wat jou toentertijd ontbrak de techniek was om je bewogen en verwarde beeld van de werkelijkheid in literatuur om te zetten. Kennelijk impliceert dat je beeld nog steeds bewogen en verward is maar dat je een modus hebt gevonden om het dat onder woorden te brengen.
In "De veren van de zwaan" schrijft Kellendonk dat "literatuur het debat is tussen het ik en het zelf" en "uit het debat met jezelf ontstaat poëzie". Kennelijk is de menselijke tweespalt, tussen het ik en het zelf en tussen wie de mens denkt dat hij is en wie hij eigenlijk is en ooit was, de voorwaarde voor het produceren van kunst. Misschien is het wel identiek met de kloof tussen wat de schrijver als schrijver en als mens zegt. Dat de schrijver niet met zichzelf samenvalt en dus zichzelf niet is vormt de reden waarom hij met zichzelf moet leren praten of misschien alleen naar zichzelf moet leren luisteren. Dat is de enige manier om uiteindelijk samen te vallen met jezelf. Er blijft dan alleen een "zelf-spreken" over. Eigenlijk wil het dus zeggen dat alleen onvrede met jezelf tot creatieve activiteiten noodt en dus tevreden mensen niet schrijven. Daarom moet je wel tegen de volmaaktheid van de vorm, de schoonheid van de gerijpte mens., zijn. De gerijpte mens is der Mensch ohne Eigenschaften, niet met een verstarde of bevroren persoonlijkheid, maar de ego-loze. Het is niet de echte schoonheid, maar de cultuur- en tijdgebonden "schoonheid", de kunst, de onechtheid en onwerkelijkheid, die inderdaad een product van onrijpheid en onvolmaaktheid is. Je moet, schreef de metableticus Jan Hendrik van de Berg in "Dubieuze Liefde", kinderen opvoeden tot ambivalentie want anders zijn ze niet productief. Authenticiteit, puurheid, gevoel en spontaniteit genereren geen kunst. Daarom schrijf jij.


Zou het niet zo kunnen zijn dat niet God maar wij mensen de wereld nodeloos ingewikkeld gemaakt hebben? En noemen wij dat niet paradoxaal genoeg dat wij ons ontwikkeld hebben? En zou het dan niet zo zijn dat wat wij vooruitgang noemen achteruitgang is, omdat wij, zoals Paulus zegt, als in een spiegel zien en dus eigenlijk in een omgekeerde wereld leven? Begrijpen wij misschien God niet omdat wij onszelf niet begrijpen? En als wij dan zijn geschapen naar zijn beeld en gelijkenis, zonder attributen zoals Spinoza zegt, dan zijn het wellicht die attributen waar wij ons mee opgezadeld hebben, waardoor wij niet begrijpen waarom wij op aarde zijn. Zou het misschien ons eigen bedenksel tijd zijn waardoor wij niet in het eeuwigdurende nu kunnen leven? En zijn wij dus niet omdat wij altijd maar worden?
Beroepen wij ons niet en gaan wij niet altijd bij anderen, filosofen en geleerden, die wij hoger en knapper achten dan onszelf, te rade om onszelf te begrijpen en is dat niet gemakzuchtig? Emanuel Kant schreef in 1783:

"Verlichting is daar waar mensen de onmondigheid afleggen die zij aan zichzelf te wijten hadden. Onmondigheid is daar waar mensen niet in staat zijn hun verstand te gebruiken zonder zich daarbij door een ander te laten leiden. Mensen hebben de onmondigheid aan zichzelf te wijten wanneer dat onvermogen niet berust op een gebrek aan verstand, maar op het ontbreken van de vaste wil en de moed om het verstand dat zij hebben ook te gebruiken zonder zich daarbij door een ander te laten leiden. Sapere aude! Waag het om het verstand dat je hebt zelf te gebruiken! is dus het wachtwoord van de Verlichting."

Hij bedoelde daarmee niet alleen de hegemonie van de religie te breken, maar ook van de wetenschap en die is daarin helaas volledig buiten schot gebleven. De wetenschap, die nieuwe brenger van het heil, is inmiddels uitgegroeid tot een steeds meer divergerend bouwwerk, waar elk gevonden antwoord meer vragen oproept en waarin iedereen zich beroept en voortbouwt op ideeën van voorgangers. En zou het dus niet kunnen dat wat uiteindelijk begonnen is als een weg naar Verlichting, steeds meer verduistering heeft gebracht en dat wij daarom hulpeloos als blinden ronddolen op een woonerf? En dat het niet God maar wijzelf zijn die niet voor de Rede vatbaar zijn? Moeten wij dan niet zelf het dossier sluiten en eindelijk niet ingewikkeld, maar eenvoudig gaan leven?
Zelden nog lees je een gedicht dat een Umwertung aller Werte beoogt. De geschiedenis leert op hoeveel weerstand en verkettering verkondigers van zo'n ommekeer zijn gestuit en hoeveel ellende revolutionairen die niet alle maar bijna alle waarden wilden omkeren hebben aangericht. Daar hebben wij alle religies en andere totalitaire systemen aan te danken gehad. Wij hadden bedacht onze Umwertung aller Werte niet als gedicht maar gewoon in proza te schrijven.


Je schrijft dat we behoefte hebben aan nieuwe verhalen. De wezenlijke vraag, lijkt me, is of het theater ter lering of ter vermaak is, dus of die verhalen iets vertellen over onszelf of dat wij een avondje uit gaan. De wereld is een schouwtoneel, ieder speelt zijn rol (en krijgt zijn deel) en misschien is het dus wel zo dat het theater in allerlei vormen de archetypische mythen vertolken, zoals de religies dat in hun rituelen doen en dan de bezoekers masochistisch zichzelf geprojecteerd zien op het toneel en na afloop overgaan tot de orde van de dag, zoals de kerkganger dat ook doet. In 1972 sprak Eugene Ionesco ter ere van de opening van de Salzburger Festspiele de volgende woorden: "Is Salzburg en zijn festival een eilandje in een opgezweepte zee? En ook dan is het reeds ondermijnd. Zal het festival er over twee jaar nog zijn? Allerlei catastrofen kunnen zich morgen voltrekken. Onze cultuur: niets dan een kaartenhuis." En "De wegen van India zijn vol lijken van armen. Onder de rijken in Scandinavië is het aantal zelfmoorden het grootst. De jeugd heeft zich aan drugs overgegeven, arbeiders haten hun werk. Wij worden geregeerd door onze onverzadigbare machtswellust om onze medemensen te regeren. De fanatiekste profeten van de vrijheid wijzen een weg die tot slavernij van allen leidt. Liefde, meditatie- het zijn geen dwaze noties, het zijn de noties die eenvoudig opgehouden hebben te bestaan. Genot nam de plaats van vreugde. De cultuur werd almaar "menselijker" in plaats van metafysisch, psychologisch in plaats van geestelijk. De mens cirkelt rond op zijn planeet als in een kooi, omdat hij vergeten heeft dat hij naar de hemel kan opzien" .
"Krankzinnig" zei Ionesco onder het afdalen van de marmeren staatsietrap zachtjes tegen zijn vrouw en dochter, "krankzinnig". Inderdaad, want na het laatste woord van al zijn sombere woorden was een jubelend applaus losgebarsten, een donderende, door stampen onderstreepte ovatie, waaraan bijna geen einde had willen komen. Zo zitten de theatergangers te luisteren en te kijken naar hun eigen waanzin, laten zich door Freek de Jonge en Youp van 't Hek genadeloos neerzetten en schateren om zichzelf. Er zijn geen nieuwe verhalen nodig. Alles is al zo vaak gezegd er is nog nooit geluisterd.


En dan is er dus die Kamer zonder Hoop, waar alle kennis opgeslagen ligt waarover je zou willen beschikken, maar die om een of andere reden onmogelijk meer te achterhalen is. Misschien is dat toch niet waar en is er wel een gouden sleuteltje dat alle opgeslagen Kennis kan ontsluiten. Het zou natuurlijk best kunnen dat de werkelijke wereld wel rechtvaardig is, maar alleen onze maatschappij niet en dat je dat pas kunt zien als je uit de maatschappij valt. Al dat gepraat over theorieën die niet kloppen en wereldbeelden die tegen beter weten in stand gehouden worden, al die intellectuele lafheid van al die knappe koppen, die denken dat ze met hun ingewikkelde constructies en hun Theory of Everything het hele universum kunnen verklaren. Maar nooit hebben ze een antwoord op de vraag: waarom. Zoals Mark Helprin dat verwoordde met: deze generatie, karakterloos, koopziek en ijdel, die het vermogen is kwijtgeraakt zich te schamen, deze generatie, die de geschiedenis heeft onteerd, het woord begraven, de rust vermoord en er alles aan gedaan heeft om de wereld tot een tekenfilm te maken, is er van overtuigd dat ze op iets reusachtigs afstevent: convergentie, samenvoeging, theorieën van alles, onsterfelijkheid, volmaaktheid. Niet alleen het fundament onder de hedendaagse biologie is zo rot als een mispel, maar ook dat onder de geneeskunde, en iedereen weet dat maar niemand durft het te zeggen. Al die hulpverleners, die broodtroosters, die hun patiënten oplappen om ze weer in deze zieke maatschappij hun spel verder te laten spelen. Want er zijn maar twee soorten artsen, de een verhindert je te leven, de ander helpt je te sterven. Je kunt je kinderen wel een diep wantrouwen tegen de gevestigde orde meegeven, maar dat misschien genoeg om te overleven maar niet om te leven.
Ingesloten een schrijfsel van een of andere eigenwijs, dat het bestaande wereldbeeld ondergraaft en waarvan de uitgeverijen, met Dees, zeggen: dit geven wij niet uit want dit past niet in ons fonds en wij zien hier geen commerciële mogelijkheden in. Het schopt niet veel maar alle bestaande ideeën onderuit.
De essentie ervan is dat het allemaal om de liefde gaat en de dat de rest onzin is en dat het juist makkelijker is te leven met de antwoorden dan met de vragen. Het rekent definitief af met het exclusieve denken en maakt duidelijk waarom de een wel en de ander niet door rampspoed en ziekte wordt getroffen en hoe dat uiteindelijk wel rechtvaardig is. Het ware leven kent verleden noch toekomst.


Wat jou is overkomen overkomt dagelijks vele mensen over de hele wereld. Ze hebben "Het licht gezien", zijn wakker of levend geworden. Het probleem is alleen dat ze niet weten hoe het hen overkomen is en helemaal niet waarom het nu juist hen is overkomen. Waarom zien al die andere mensen niet wat jij ziet en waarom lukt het je niet om hen dat duidelijk te maken? Jouw ouders zijn ook kinderen geweest en hebben ook hun dromen gehad, maar ze hebben zich laten inpakken en berusten zoals zovelen berusten omdat vluchten toch niet meer kan en dan probeer je er maar het beste van te maken. Jij weet dat het anders kan, maar het valt niet mee om te leven in een wereld van slapenden die niet zien wat jij ziet. Er zijn een paar mogelijkheden die je dan kunt doen. Je kunt je gedachten voor je zelf houden en het spel gewoon meespelen. Je kunt een goeroe worden en het je leerlingen vertellen. Je kunt je terugtrekken uit de maatschappij en in een hutje op de hei van je inzichten genieten. Je kunt je aansluiten bij een sekte van gelijkgezinden en van daaruit neerzien op al die dwazen die het niet begrijpen. Je kunt tot de conclusie komen dat je niet verder wil leven in zo'n krankzinnige wereld en je verhangen. Maar de enige eerlijke en rechtvaardige stap is dat je de wereld verandert. Iedereen wil dat het anders wordt, behalve degenen die een riante positie hebben in deze maatschappij, de machthebbers, de rijken, de geleerden, en al diegenen die hun zelfrespect ontlenen aan wat ze presteren. En dat zijn nu juist degenen die de touwtjes in handen hebben, die weten hoe andere mensen moeten leven en daarom doof moeten zijn over jou en ons. Het allermoeilijkst voor mensen is toegeven dat ze zich vergist hebben en dat moet je kunnen begrijpen. Bovendien is het zo dat wat er met jou gebeurd is geen verdienste van jezelf is, dat is je overkomen en dat moet je bescheiden maken. Je moet voorzichtig en behoedzaam te werk gaan wil je andere mensen bereiken en daarom moet je oefenen en oefenen en oefenen. Je moet leren om hun argumenten te doorzien, begrijpen waarom ze zo reageren op je. Je moet begrijpen waarom ze afhaken, wanneer je te bedreigend bent, je moet kijken en luisteren hoe mensen met elkaar omgaan en waarom. 2000 Jaar geleden hadden ze daar dertig jaar voor nodig om de boodschap uit te werken tot wat het geworden is en nog zijn ze de mist ingegaan omdat het niet helemaal klopte.

Naar boven

Naar Correspondentie - deel 3

Home