Home

Invallen – deel 2

Zoals elke mythe is het verhaal van Orfeus een verhaal vol symboliek (metaforen). De geliefde van Orfeus, Euridice, wordt gebeten door een slang, sterft en moet dus naar de onderwereld. (zie de zondeval). Orfeus nam zich voor om haar uit de onderwereld terug te halen. Hij dacht, wat geen mens ooit gelukt was, dat hij Hades wel kon overhalen als hij hem liet zien hoe groot hun liefde was: heeft niet de god der liefde ook macht over het dodenrijk? En inderdaad, geroerd door zoveel liefde gaf Hades Orfeus toestemming om Euridice weer mee te nemen naar de bovenwereld, zij het onder een voorwaarde: hij mocht in zijn tocht naar boven niet omzien. Zou hij dat wel doen dan zou hij Euridice voorgoed verloren zijn. Euridice liep achter hem en hij hoorde haar niet volgen en bezorgd keek hij om en Euridice verdween weer naar de onderwereld. Vergeefs smeekte hij de veerman Charon hem nogmaals de Styx over te zetten, maar Charon was onverbiddelijk: Geen levende kan de Styx oversteken, alleen diegenen die voor het schimmenrijk bestemd zijn zet ik over. En door smart gebogen keerde Orfeus terug naar zijn vaderland. De onderwereld is de maatschappij, de wereld van de slapenden, waarin de wet van macht van de ene over de andere mens geldt en ware liefde geen plaats heeft. Maar alleen de ware liefde kan de betovering doorbreken en de slapenden wakker maken.


Ik denk dat de belangrijkste verleiding is om wat je overkomt als eigen verdienste te zien en de gedachte dat je er al bent, voordat je gearriveerd bent. Er is niets wat je moet doen, er zijn alleen dingen die je moet laten. Alles waar maar een zweempje eigenbelang inzit werkt tegen. Elke mening die je niet onderkent houdt je af van helder zien. Elk oordeel over een ander houdt in dat je je niet in de ander kunt verplaatsen. Al je medemensen zijn in hun jeugd opgezadeld met de bagage van hun ouders (dat noemen ze dan karma), zonder dat ze daarom gevraagd hebben. Iedereen heeft geleerd om meerderen, geleerden en leiders te geloven in een collectieve verdwazing, zoals die meerderen, geleerden en leiders dat ook geleerd hebben. Neem het hen niet kwalijk, want ze weten niet wat ze doen. In de hel staan geen spiegels, want mensen hebben verleerd om naar zichzelf te kijken en zo hun eigen hel geschapen. Het is dus allemaal projectie en ze zien het niet. Het is geen kwaaie wil, maar angst dat hen aan hun schijnzekerheden doet vasthouden.


In het sprookje van Andersen  "De nieuwe kleren van de keizer" arriveren op een dag twee kleermakers  Zij vertellen hem dat zij een prachtige mantel voor hem kunnen maken van een heel bijzondere stof. Het bijzondere van die stof is dat hij alleen gezien wordt door mensen die heel intelligent zijn. De kleermakers laten hem de stof zien en de keizer, die dus geen stof ziet, vindt hem prachtig. De kleermakers gaan aan de gang en fabriceren van niets een onzichtbare mantel. En als hij klaar is laat de keizer aankondigen dat hij aan het volk zijn nieuwe mantel zal tonen en laat daarbij vertellen dat de mantel alleen gezien kan worden door intelligente mensen. En dan schrijdt de keizer in zijn blootje langs het volk dat vol bewondering naar de blote keizer kijkt en niemand durft toe te geven dat hij geen mantel ziet, want dan zou hij toegeven dat hij dom is. En dan opeens roept een klein kind: "de keizer heeft geen kleren aan" en doorbreekt daarmee het zelfbedrog. Dat is de manier waarop het in de maatschappij ook gebeurt. Als bijvoorbeeld iedereen het over vooruitgang heeft en hoe goed iedereen het heeft, hoe gezellig het is en hoe belangrijk allerlei zaken zijn, zul je zo aan jezelf twijfelen als je dat niet ziet, dat je uiteindelijk toch jezelf niet meer gelooft en voor de behaaglijkheid van de kudde kiest en als je dat niet doet wordt je doodgezwegen, niet serieus genomen of ben je een cultuurpessimist. Of je belandt in een psychiatrische inrichting. Dus een keuze hebben mensen niet. Je moet wel heel sterk staan om je te onttrekken aan wat men vindt.


Je zou natuurlijk op dit moment het bijltje erbij neer kunnen leggen met het idee dat je inmiddels zoveel helder hebt dat je daar voorlopig prima mee kunt leven. Met het weten wat je nu hebt is een lucratief alternatief geneeskundig praktijkje een goede optie, immers zovelen doen dat. Maar je weet inmiddels ook teveel en je geweten zal je niet meer met rust laten en het zal moeilijker blijken om dan te blijven waar je zit, dan om verder te gaan. Je ziet namelijk zoveel ellende om je heen, je ziet hoe en waarom mensen vastlopen in je familie en naaste omgeving, en je ziet wat zij niet zien en wat je ze wil laten zien en daar kun je je ogen niet meer voor sluiten. Kortom het zal meer inspanning kosten om niet verder te zoeken, dan om verder te gaan. Je hebt dus eigenlijk geen keuze. Je drijfveer, wat jou je inspanningen doet verrichten is niet van jezelf.


Wat Freud het superego noemt, dat zijn de geboden, verboden, normen, wetten van je omgeving die je je eigen hebt gemaakt, geïnternaliseerd hebt zoals Freud dat noemt. Je ziet die ook in je omgeving bij andere "normalen", maar daarom onderken je ze niet bij jezelf. In een maatschappij en in relaties waar “voor wat hoort wat” normaal zijn, cadeaus geven op verjaardagen, huilen bij pijn, een gezellige kerst en alles wat je verder als normaal hebt geinternaliseerd, is het alleen zinnig als je eerst bij jezelf de vraag naar het waarom stelt. Maar het is ook zo dat mensen in hun karakter (aangeleerd gedrag dus) op hun vader en moeder lijken, dat gedrag in anderen verfoeien, maar niet zien dat ze hetzelfde doen.


Elke mythe of sprookje is een metafoor, of het nu de mythe van Orfeus of Jezus is of het sprookje van Piggelmee, Hans en Grietje of al die sprookjes over de prins op het witte paard. Altijd gaat het over het terugvinden van het verlorene en zij leefden dan nog lang en gelukkig. Maar zoals elke vergelijking gaat elke metafoor ergens mank en klopt nooit helemaal omdat er altijd vervuiling door de maatschappelijke werkelijkheid inzit. In de mythe van Orfeus is Euridice degene die gezwicht is voor de maatschappij en daardoor voor Orfeus niet meer bereikbaar is. Alleen door een onvoorwaardelijke liefde kan Orfeus haar terughalen uit de wereld van de slapenden, maar dan mag hij niet twijfelen en dus niet omkijken.


Als je wijs geworden bent, kun je je terugtrekken uit de maatschappij, omdat je gemerkt hebt dat mensen je boodschap toch niet willen horen. Maar je ziet overal mensen de mist ingaan en vooral de weerloze kinderen. Je kunt dan gewoon tegen ze zeggen dat ze zich dat allemaal zelf aandoen, maar dat komt nooit over. Als je echt geeft om je medemensen, moet je leren om ze zo te benaderen dat ze zich niet bedreigd voelen en dat kost veel oefening.


Het is niet genoeg om mensen erop te wijzen hoe rot de maatschappij in elkaar zit, maar het belangrijkste is dat je ze erop kunt wijzen dat er een weg is om uit dit tranendal te komen, hoe onwaarschijnlijk dat ook mag klinken.


Ik weet niet meer wat verdriet is, noch ken ik al die andere rare emoties als boosheid, ergernis of jalouzie niet meer. Ik voel mij volstrekt zorgeloos. Ik ben alleen af en toe wat ongeduldig en wil zo graag mensen soms meer laten zien dan ze aankunnen. Ik kan je dat niet bewijzen en vind ook niet dat ik dat hoef te doen. Dat moet je op mijn woord geloven. Ik weet dus uit ervaring dat het mogelijk is


Het enige wat ik van je vraag is dat je mij gelooft als ik zeg dat er een uitweg is. Ik heb hem niet gezocht maar wel gevonden. Ik heb dus ervaren dat zoeken geen eindeloos gebeuren hoeft te zijn, maar dat iedereen kan vinden en dat het uiteindelijk zo eenvoudig is dat het nauwelijks voorstelbaar is.


Het zou niet eerlijk zijn, omdat je iets gekregen hebt wat je niet voor jezelf mag houden. In de boedhistiese leer wordt de figuur van de Boddhisatva beschreven. Hij doet afstand van de gelukzaligheid totdat de laatste grashalm bevrijdt is. De opdracht voor iemand die wijs geworden is en dus het gevecht met zijn kennis, onwijsheid, heeft gewonnen, zal vervolgens het gevecht met de onwijsheid van zijn medemensen aan moeten gaan. Dat is een moeizaam, en soms frustrerend gebeuren. "Laat ons de rechtvaardige uit ons midden weg doen, want hij is ons onaangenaam", staat in de Wijsheid van Salomo. En Tswang Tze verzuchtte berustend: "tegenwoordig leeft de ganse wereld in verblinding en hoewel ik de goede richting wil uitsturen, slaag ik daar niet in. Wetend dat dit niet mogelijk is, zou een trachten mijn weg te forceren slechts een andere verblinding zijn". Het lijkt vechten tegen de bierkaai, maar ook de bierkaai is niet onoverwinnelijk.


Ik ben inderdaad een hele gewone jongen, maar zo gewoon dat mensen het ongewoon vinden. In mijn doen en laten ben ik zo eenvoudig dat mensen mij ingewikkeld vinden en denken dat ik het speel. Ik ben zo zeker van mijzelf dat mensen mij arrogant vinden, maar dan kan ik alleen maar zeggen dat ik het ook niet kan helpen dat ik nooit aan mijzelf twijfel. Waar ik soms wel moeite mee heb is met al die dingen die horen in deze maatschappij, met onuitgesproken verwachtingen die mensen van mij hebben, met plannen en agenda´s en met gezellige avonden waar over niets gepraat wordt, maar ik kan het wel, en omdat ik de dingen gemakkelijk kan omdraaien vinden mensen me ook nog geestig. De namen Jezus en Boeddha zijn in al die eeuwen zo misbruikt en mensen hebben er zulke karikaturen van gemaakt dat ik wel begrijp dat je het zegt, maar ik heb liever dat je die niet gebruikt.


Om je ergens van bewust te worden is het eerst nodig dat je weet dat je het doet en vervolgens hoe je het doet. Mensen die vanuit hun automaat reageren realiseren zich vaak niet eens dat ze bijvoorbeeld boos zijn omdat ze alleen het gedrag van de ander zien. Pas als je ziet hoe je op het gedrag van de ander reageert kun je naar jezelf kijken en je afvragen waarom je zo reageert. Als een kind zich niet gedraagt zoals ik wil, kan ik om het kind zich wel te laten gedragen zoals ik wil boos worden. (nou heb ik niets te willen van een ander, maar dat weet je). Helaas zijn de meeste mensen zo geprogrammeerd dat ze zich dat niet eens realiseren. Ze zien zichzelf niet, want zoals je weet "in de hel staan geen spiegels", maar ze zien alleen de ander. Pas als je je bewust wordt van je eigen gedrag, dus het hoe, kom je aan de vraag waarom toe. Als je het hoe van jezelf overslaat, zie je alleen het hoe en waarom (wat je dan zelf invult) van de ander. Als je je na het hoe te hebben gezien realiseert waarom je dat doet (macht uitoefenen over een andermens) doe je dat niet meer, want “wat gij niet wilt dat u geschiedt doet dat ook een ander niet”. Het fabeltje van van de Wetering klopt dus niet helemaal omdat het eigenlijk zou moeten luiden: "wij weten waarom we dingen niet moeten doen". Want wat uilen en mensen moeten doen wordt hen ingegeven door hun instinct, respectievelijk natuur. De rest is aangeleerd gedrag.


Elk mens is het middelpunt van zijn heelal. Als je in het veld zit welft zich boven je het uitspansel, overal om je heen de aarde tot  aan de horizon rondom, waar je je ook bevind op deze aarde. Kortom een groot schouwtoneel waarvan jij het middelpunt en de  toeschouwer bent. Net zomin als ik hoef te weten in de schouwburg hoe achter de coulissen decors opgehaald en weer neergelaten worden, de regisseur de regie voert en in de kleedkamers de spelers van attributen wisselen, want ik ben er om op te gaan in het schouwspel, hoef ik te weten dat de aarde om de zon draait, de regenboog een lichtbrekingseffect is en eb en vloed veroorzaakt worden door de baan van de maan. Dat doet alleen maar afbreuk aan het genieten. Maar in mijn wereld en in mijn schouwspel lopen mijn medemensen rond, die het toneel afbreken en zij verknoeien mijn wereld en hun eigen wereld en zij beseffen niet hoe groot ze eigenlijk zijn. Dat is het verschil tussen mens en dier. De dieren zijn slecht figuranten in het schouwspel dat zich voor onze ogen ontvouwt, de aarde is het toneel en wij zijn de toeschouwers.


Er is een fundamenteel verschil tussen het zelfbewustzijn, het weten dat je mens bent en kroon op de schepping en het ik-bewustzijn, dat pas ontstaat als je je niet meer als mens gedraagt, maar je buiten en tegenover jezelf, de natuur, en je medemensen plaatst. Misschien is het niet belangrijk om te weten wanneer en hoe het mis is gegaan, maar meer om te zien hoe het nog steeds fout gaat en hoe de mensen nog steeds op de ooit ingeslagen uiteindelijk doodlopende weg verdergaan, nooit leren van hun fouten en nooit keren op hun schreden.


Ooit zag ik bij iemand een wandtegeltje aan de muur met de tekst "Verwacht niets, dat is alles". Verwachten heeft met de toekomst te maken, met dingen die je zou willen dat ze gebeuren, met iets wat je van iemand zou willen. Kortom met zaken die je van het leven of de ander verwacht. Als je tevreden bent zie je wel wat er gebeurt en als je iets van een ander wilt zul je het moeten vragen en er rekening mee houden dat de ander alle recht heeft om nee te zeggen. De teleurstelling creëer je dus zelf. Als iemand jou belooft iets voor jou te doen is hij vrij om dat te doen op zijn tijd, tenzij je een eenduidige afspraak maakt. En als hij zich daar niet aan houdt, kun je hem daar op attenderen. Het onprettige gevoel ligt dan bij hem, tenzij jij boos of teleurgesteld bent, want dan ligt het ook bij jou. Eigenlijk heel eenvoudig dus.


Wat de mens van de dieren onderscheidt is het bewustzijn, dat ons de mogelijkheid biedt van verwondering over de schepping en onszelf. Dat ons laat genieten van onszelf, de schepping en de medemensen. Dat ons laat zien hoe fantastisch de wereld en wijzelf in elkaar zitten. Dat is de voorwaarde om een gelukkig, gezond en fantastisch leven te leiden. Zonder dat bewustzijn waren we inderdaad als de dieren. Maar helaas kunnen we dat ook aanwenden om de mist in te gaan en hoogmoedig af te wijken van het rechte eenvoudige pad. En dan biedt de aarde ons alle materialen om steeds verder af te wijken en onszelf en de wereld te herscheppen naar onze eigen denkbeelden, onze kinderen op te voeden naar onze eigen hersenspinsels. Dan zijn er paarden om te berijden en oorlog te voeren, ertsen om metalen te maken, bomen om huizen te bouwen, kolen en gas om onze vals behoeften te bevredigen. Kortom vrijwel onuitputtelijke bronnen om steeds verder af te dwalen en steeds verder de mist in te gaan.


In de loop van de geschiedenis is er een enorme verwarring ontstaan over de begrippen ziel en geest. Vaak worden ze door elkaar gebruikt. Aristoteles maakte de driedeling lichaam, ziel en geest, terwijl dat natuurlijk een kunstmatige scheiding is. Eigenlijk is een mens gewoon een mens. Het dualisme van lichaam en geest is al merkwaardig. Plato zegt daarover: "want dat is de grootste fout bij de behandeling van de ziekte, dat er artsen zijn voor het lichaam en artsen voor de geest, terwijl beide immers niet gescheidenkunnen worden". Als het lichaam het stoffelijke is en de geest het levensbeginsel, wat het stoffelijke tot vorm brengt en doet leven, is er ook nog iets dat het denken doet. Dat zou je de ziel kunnen noemen en dan is denken dus een functie van de ziel, en dus zielig. Anderen stellen dat het de ziel is die het stoffelijke bezielt en doet leven. Kortom: vrijwel iedere denker geeft daar zijn eigen invulling aan. Ik vond de combinatie denken, ziel en zielig eigenlijk wel grappig.


Stel je voor dat wij met z´n allen in een heel groot zwembad zwemmen, wat vol drijft met troep en waarvan het water vuil, stinkend en ondoorzichtig is, en dat iedereen denkt dat dat zo hoort. Niemand heeft ooit helder en schoon water gezien en kan zich daar dus ook geen voorstelling van maken. In dat water zwemmen jij en ik ook en wij hebben een plan om de oorspronkelijke toestand te herstellen. Daar is een bewustzijnsverandering van alle zwemmers voor nodig. De vraag is dan in hoeverre je eigenbelang daarin meespeelt. Wij staan aan de kant en zien hoe in dat vuile water ieder voor zich vecht en hoe mensen daarin ondergaan, zonder ooit geproefd te hebben van een helder en schoon bad. Natuurlijk is het voor ons ook prettig als het water weer helder is en wij daarin temidden van onze medemensen kunnen genieten, maar dat is onze drijfveer niet, maar wel mooi meegenomen. Je kunt nooit meer terug in het vuile water en doen alsof er niets aan de hand is. Dus je kunt niet rusten voor de laatste zwemmer omgeturnd is. Overigens wil deze metafoor niet zeggen dat er in de ideale wereld zwembaden zijn, net zomin als waar het in de metaforen in de evangeliën over wijngaarden, huizen, vissers, broden, penningen etc. gaat, dat een rechtvaardiging van het bestaan daarvan is


Als je iets wil gaat het erom of je dat voor jezelf wil omdat je het nodig hebt. Verlangen om iets te krijgen wil zeggen dat als je het  niet hebt je niet tevreden bent en meestal is het bezit van de zaak het eind van het vermaak. Als je tevreden bent heb je niets nodig, als je tevreden bent met je bezittingen, is je tevredenheid afhankelijk van die bezittingen en zul je doorlopend moeite moeten doen om ze te beschermen en te behouden en ooit zul je ze toch weer moeten loslaten. Misschien is dit nog niet het antwoord op je vraag, maar dat hoor ik dan wel van je. Het kan zijn dat je op een relatie doelt of op iets anders.


In de canonieke evangeliën staat de ware uitspraak: wie zonder zonden is werpe de eerste steen, en de meest heldere spreuk van "De bond zonder naam" was: verbeter de wereld, begin bij jezelf. Een volkswijsheid is: wat je zegt ben jezelf. Eigenlijk komt dat allemaal op hetzelfde neer. In je eigen leven heb je vaak beslissingen genomen, waar je met je huidige inzicht van zegt dat je dat nu niet meer zou doen. Toen je ze nam waren dat op dat moment voor jou in die situatie beslissingen waar je achter stond, waar je over nagedacht had en die in die situatie voor jou juist waren. Dat waren op dat moment voor jou geen domme beslissingen. Nu weet je dat die beslissingen vaak ingegeven werden door radeloosheid, door een niet beter weten, door beinvloeding door anderen, omdat anderen het ook zo deden, omdat het normaal was en al die andere motieven waardoor mensen zich laten leiden. Als je je houdt aan het “wie zonder zonden is werpe de eerste steen”, gooi je geen stenen, veroordeel je niemand, en als je zonder zonden bent, besef je dat mensen nooit beslissingen nemen uit kwade wil, maar uit onwetendheid en dat ze het allemaal goed bedoelen. Alle mensen hebben maskers op waarmee ze het maatschappelijk toneelspel spelen. Voor alle rollen is een scenario, dat in eeuwen en eeuwen geschreven, herschreven, bijgesteld en aangepast is. Als je het over politici hebt die domme beslissingen nemen, veroordeel je een maatschappelijk rol, een masker. Mensen nemen als politicus beslissingen en binnen het scenario zijn dat juiste beslissingen. Het is onjuist om te praten over ambtenaren, politici, leger, justitieel apparaat, Fosters ParenstPlan etc., omdat je dan met een beschuldigende vinger wijst naar mensen die het goed bedoelen. Het gaat erom om de mensen te laten zien, hoe alles met alles samenhangt en dat de mensheid als collectief daar verantwoordelijk voor is. Dat spreekt mensen aan. Wat uit de teksten moet spreken is mededogen, het feit dat je beseft dat je je broeders hoeder bent. Als ik temidden van geblinddoekte mensen loop, die denken dat ze zien omdat ze niet beter weten, is het niet eerlijk om te roepen dat ze niet zo dom moeten doen. Decennia lang heb ik ook geblinddoekt rondgelopen en gedacht dat dat normaal was. Daar heb ik littekens van opgelopen, verdriet, angst en allerlei andere emoties door gehad, maar door een samenloop van omstandigheden, waar  ik in ieder geval niet bewust om gvraagd heb, is mijn blinddoek afgevallen en nogmaals dat is niet mijn verdienste!


De vraag is waarom mensen hun kansen niet benutten. Als er al zoveel eeuwen lang door alle beterweters bezworen is dat er toch geen uitweg is, als mensen die proberen te ontsnappen monddood gemaakt worden, uitgestoten worden of in psychiatrische  inrichtingen opgesloten worden, is het natuurlijk nauwelijks te geloven dat er wel een uitweg is. Mensen zien wel dingen, maar durven zichzelf niet meer te geloven en kiezen uit angst om belachelijk gemaakt te worden voor de veiligheid van de kudde. Als klein kind kreeg je van je ouders op je aanhoudende vragen naar het waarom nooit antwoord, omdat zij daar ook nooit antwoord op gekregen hadden. Dat is een eeuwenoud taboe, want gods wegen zijn ondoorgrondelijk, zeiden de mensen vroeger, en tegenwoordig zeggen ze dat hun eigen wegen ondoorgrondelijk zijn en ze niet zelf meer verantwoordelijk zijn voor hun eigen gedrag maar dat dat veroorzaakt wordt door de genen, de anderen en de omstandigheden of door toeval.


In de canonieke evangeliën staat dat je moet woekeren met je talenten en als men geleerd heeft daaronder te verstaan dat dat betekent dat je hogerop moet komen in de maatschappij en iedereen dat gelooft krijg je de prestatiemaatschappij waar wij nu in  leven. Maar woekeren met je talenten moet je verstaan als je talenten gebruiken om uit deze maatschappij te ontsnappen. Niet iedereen heeft evenveel talenten gekregen. Wie op de onderste verdiepingen van de toren van Babel verblijft heeft geen zich op wat zich daarboven afspeelt. Daar worden de theorieen uitgebroed, de beslissingen genomen, daar zitten de hoofddenkers, de geleerden, de leiders, die de weg banen en plaveien met goede bedoelingen. Die moeilijke woorden gebruiken en ingewikkelde verhalen vertellen om hun beleid te verkopen. Natuurlijk wordt ieder mens met dezelfde hoeveelheid talenten geboren, maar zovelen zijn zo geslagen en verkreukeld door het maatschappelijk leven dat ze alle geloof in zichzelf verloren hebben en dan kun je niet meer bij die talenten komen. Je veroordeelt alleen iemand als je niet in staat bent om je in die ander te verplaatsen. En als ik dan al die levensverhalen hoor, van armoede, autoritaire ouders, de beschamende rol van de kerk en de geneeskunde, waaroor mensen eenduidig hun plaats gewezen werd, dan ken ik alleen maar mededogen. Dan stel ik mij voor dat als ik in hun nest geboren was ik nu zo zou zijn als zij en dat maakt me dan opstandig en vind dat daar een eind aan moet komen. Dan verbaas ik me vaak dat mensen ondanks alles op de been gebleven zijn, maar dat is geen leven. Laatst sprak ik iemand met een gruwelijk verleden, een leven vol ziekten en operaties, die mij stralend vertelde hoe gelukkig ze was. Daar geloof ik geen barst van zei ik, maar zij verzekerde mij dat het wel zo was. Toen heb ik gezegd dat als je altijd een boterham per dag gehad hebt, het heel wat is als je er nu drie hebt, maar dat je niet weet hoe het is om een heel brood te hebben. Toen schrok ze en barstte in tranen uit.


Jij hebt eerst zoveel verloren en niet omdat je dat wilde, noch omdat je het voorzien hebt. Jij was al uitgestoten door de kudde. Jouw buurman is redelijk en relatief gelukkig, die heeft nog nooit met de rug tegen de muur gestaan. Hij torst lijdzaam en geduldig zijn bagage door het leven en als dat problemen geeft gaat hij ermee naar de dokter. Mensen zijn zo vreselijk bang om hun leven te veranderen, om hun schijnzekerheden op te geven, ze weten wat ze hebben en niet wat ze daarvoor terug zullen krijgen en ze kiezen natuurlijk voor de weg van de minste weerstand. Maar als je medemensen van mening zijn dat branden nu eenmaal bij het leven horen en dat dat altijd zo geweest is en altijd zo zal blijven, zul je eerst je eigen kleine brand moeten blussen en pas als je weet hoe dat moet, omdat het je uiteindelijk gelukt is, kun je mensen eerst laten zien hoe het leven zonder binnenbrand is en kan je ze laten zien hoe je dat zelf gedaan hebt.


Wat dat betreft even over de aardbeving in Gujarat, waarbij mogelijk 20.000 mensen zijn omgekomen. Toen in 1755 Lissabon getroffen werd door een grote aardbeving en dertig procent van de stad instortte, was de reactie van Jean Jacques Rousseau: dat hebben de mensen toch over zichzelf afgeroepen, waarom moeten ze zonodig een stad bouwen en in stenen huizen gaan wonen. Als ze geleefd hadden zoals ze hadden moeten leven, als nomaden met een beschutting voor de nacht, was er geen slachtoffer gevallen.


Alle wijzen hebben altijd de beloning voor de tocht in het vooruitzicht gesteld, de apatheia, het Nirwana, het Koninkrijk gods, het paradijs, het Arcadie, enz. Dat is juist de essentie van hun boodschap. Op weg gaan zonder dat je weet wat de beloning is, kun je  aan niemand verkopen, want de weg door de woestijn is niet iets waar mensen voor kiezen, tenzij ze weten dat aan de overkant het Beloofde Land ligt. In alle sprookjes wordt de held een schat in het vooruitzicht gesteld en dat is de drijfveer.


Alle mensen worden als mens geboren, met alle talenten en mogelijkheden om als mens te leven. Deden ze dat maar, maar dat doen ze niet. In het Credo van de katholieken staat tot slot: ik geloof in de gemeenschap der heiligen en het eeuwige leven, Amen. De gemeenschap der heiligen is de gemeenschap van hele mensen en het eeuwige leven het leven in het nu. Dat was dus waar de boodschap van "Jezus" op doelde. Het koninkrijk gods wat hij zag opdoemen als mensen zijn boodschap zouden begrijpen, zou een aarde zijn bevolkt door mensen, die als mensen zouden leven, levend zonder verleden en toekomst, in een eeuwig nu, gelukkig, gezond, heel, en genietend van de schepping, een vredige aarde met een vredige mensheid, zonder lijden en verdriet. In wezen zijn alle mensen dus gelijk. Maar kijk nu wat de cultuur, deze maatschappij van meerdere en minderen, heeft aangericht. Daar draait alles om rationele intelligentie, het instrument om hogerop te komen en vervolgens je eigenbelang en je positie te verdedigen. Tegenwoordig hebben ze de term emotionele intelligentie, wat gelijk staat met gevoel, intuitie en uiteindelijk het geweten, dat strijdig is met je rationele intelligentie. In de maatschappij hangt het af van het nest waarin je geboren wordt, en van het netwerk van mensen om je heen, die bepalen hoe hoog je op de maatschappelijke ladder kunt stijgen. Er zijn dus twee soorten talenten: je emotionele talenten, die voor iedereen evenveel zijn en je rationele talenten, die milieubepaald zijn. Je rationele intelligentie is dus eigenlijk je mate van dresseerbaarheid. Ik heb er niet om gevraagd om in een intellectueel milieu geboren te worden, waardoor ik hoog in de toren van Babel heb moeten klimmen en pas daarboven gemerkt heb dat alle verhalen niet kloppen. Dat is het verschil tussen jou en mij. Ik heb eerst mijn enorme rugzak met intellectuele bagage moeten sorteren, de tegenstrijdigheden moeten doorzien, en hem vervolgens moeten legen. Dat heeft het voordeel dat ik de taal van de intelligentsia spreek en kan weerleggen. En nogmaals, dat is geen verdienste, maar uit nood geboren. Ik heb daarvoor het meest geleerd van de eenvoudige boeren en de kinderen, die in de onderste regionen verkeren. De weg omhoog is dezelfde als de weg omlaag en wie hoog klimt moet ook diep dalen. Jij komt uit een ander niet zelfverkozen nest. Het moet voor jou gemakkelijker zijn dan het voor mij geweest is, maar niet als je je blind blijft staren op het intellectuele geneuzel van de autoriteiten en geleerden. Jij hoeft hun taal niet meer te leren om hun verhalen te ontzenuwen, dat mag je aan mij overlaten. Wat je wel moet doen is je eigen taal tot eenvoud terug te brengen, geen moeilijke woorden, geen ingewikkelde begrippen, geen gecompliceerde zinsconstructies. Je moet schrijven alsof je het aan eenvoudigen van geest moet duidelijk maken. Je hoeft minder af te leren dan ik heb moeten doen. Als je het taalgebruik van de Tao Tse Tsjing van Lao Tse leest, zie je hoe dat uitblinkt door eenvoud, geen moeilijk woord, eenvoudige korte en heldere zinnen. Zo kan het. Mensen missen niet het talent om hun latente vermogens te gebruiken, maar ze zijn bang, geloven zichzelf niet, hebben de moed niet om te veranderen, zijn bang om uiteindelijk toe te moeten geven dat ze zich hun hele leven vergist hebben. Het is echt alleen maar angst en de hardste schreeuwers zijn altijd het bangst. Als alle mensen in wezen niet gelijk zouden zijn zou het onzinnig zijn om te streven naar een rechtvaardige wereld.


Alles wat je doet voor het algemeen belang, dus niet het groepsbelang, landsbelang maar het belang van de mensheid, dus voor het tot stand brengen van een rechtvaardige wereld, is alleen eerlijk en rechtvaardig. Of zoals Marcus Aurelius zei: wat in het belang is van de korf is in het belang van de bijen. Zolang je in deze maatschappij leeft, zie je mensen de mist ingaan. Mensen die in hun onwetendheid allerlei onheil over zich afroepen, slachtoffers van hun verleden. Je bent je broeders hoeder, dus zul je ze moeten bijstaan. Maar de enige ware hulpverlener is de hulpverlener die zichzelf overbodig maakt.


Hier blijkt weer de verraderlijkheid van de taal. Er zijn drie woorden: oordelen, veroordelen en beoordelen en dan heb je ook nog vooroordelen. De meeste mensen gebruiken die termen door elkaar maar ik denk dat het goed is om onderscheid te maken. Als je niet verkeerd begrepen wilt worden is het beter als je die woorden dus helemaal niet gebruikt, maar een andere omschrijving geeft. Beoordelen: is in principe zonder waardeoordeel. Je beoordeelt de toestand van je huis, het funktioneren van een werknemer. Veroordelen: je geeft een waardeoordeel. Je onderwerpt het object aan wat voor jou goed of slecht is. Jij bent daarin de norm. Oordelen: eigenlijk hetzelfde als veroordelen. Misschien is het een onderwerpen aan de algemeen geldende maatschappelijke wetten.


Je zult de taal moeten gebruiken om de taal overbodig te maken, zoals jij nu de PC gebruikt om de PC overbodig te maken. Zo is de uiteindelijke bevrijding of verlichting de overgang naar de vrijheid of verlichting. Dat zijn natuurlijk ook alleen maar woorden en die woorden kunnen niet aangeven wat het betekent. Je kunt in woorden wel aangeven hoe je daar kunt komen, je kunt laten zien wat de eindtoestand in de weg staat, je kunt uitleggen wat het niet is. Geluk is een afwezig zijn van angsten, onrust, onzekerheid, pijn, ziekten, verdriet en alle andere emoties. Je kunt niet beschrijven hoe het leven dan is, je kunt het alleen zelf ervaren. Dat is de vergissing van de mystici, die hun ervaren in woorden hebben geprobeerd uit te drukken. Zelfs het woord geluk is maar een woord, waar inderdaad mensen van alles onder verstaan, maar niet weten wat het is. Iedereen kent wel momenten van geluk, helaas, want anders zouden ze er niet naar kunnen verlangen, maar ze weten niet waarom die momenten er opeens waren en ook weer verdwenen. Het Nirwana, het Koninkrijk Gods, en al die andere woorden zijn ook maar bedenksels, waar mensen zich dan een voorstelling van proberen te maken, met alle rare consequenties van dien. Steden van goud en edelstenen met alleen maar mensen in witte gewaden, een luilekkerland waar de gebraden kippen aan de bomen hangen, paleizen vol met mooie en willige vrouwen, in de hemel zitten op een gouden troon en de hele dag Gods lof zingen, kortom allen gekleurd door de frustraties van de bedenkers. De beloning in het vooruitzicht stellen is dus noodzakelijk,


Het fascineert me elke keer weer om te zien hoe het elke keer weer haast met een mathematische precisie klopt, hoe dingen wel in elkaar moeten vallen en hoe mensen onherroepelijk de fout ingaan. Er is natuurlijk een groot verschil in de weg die jij en ik genomen hebben. Ik viel opeens zonder dat ik op dat moment besefte laat staan kon overzien wat er gebeurde, uit mijn hersenen, zoals Jan Foudraine dat noemt. Jij hebt schil voor schil afgepeld en ik weet niet hoe het dan gaat. Soms heb ik weleens gedacht: is dat nou alles, is het nu zo vreselijk gewoon? En dacht dat het gepaard zou gaan met prachtige visioenen zoals de mystici dat beschrijven. Maar als ik dan naar buiten kijk en zie hoe ongelooflijk mooi de besneeuwde wereld eruit ziet, hoe een winterkoninkje weghipt, de koolmezen aan de pinda´s zitten en hoe jammer het is als de strooiwagen langskomt, dan is dat genoeg om ontzag te hebben voor de schepping. In elke kultuur die steeds verder van huis raakt, zullen er vroeg of laat mensen zijn die eruit vallen, als je maar lang genoeg wacht. Maar het zullen de mensen zijn die de weg terug moeten wijzen, volhoudend, drammend. Ze zullen hun tanden erin zetten en niet meer loslaten tot de laatste grashalm bevrijd is. En zo zal het gaan.


Er is een fundamenteel verschil tussen oorzaak en betekenis. Oorzaken van symptomen verklaar je met wetenschappelijke theorieen, de betekenis van symptomen is dat zij naar iets verwijzen. Het woord oorzaak moet je dus maar vergeten. Je hebt gelijk, misschien is dit een klassiek voorbeeld van het kind met het badwater weggooien. Natuurlijk hebben alle symptomen een betekenis, hoewel dat niet altijd even duidelijk is en de verschillende schrijvers soms een andere betekenis aan hetzelfde symptoom geven en dus de mogelijkheid bestaat dat de discussie uiteindelijk alleen nog maar daarover gaat. Een ander probleem is dat het een eindeloze lijst wordt met tientallen verschillende soorten hoofdpijnen, honderden huidziekten, vele buikpijnen boven, onder links en rechts in de buik enzovoorts. Jou lijstje is nog maar een fractie van wat er allemaal te koop is. Dus ik weet niet zo goed hoe dat in de praktijk uit te werken is. Waarom weten we wel een betekenis van psoriasis, maar waarom heeft de een het op de knieen en de ander op de armen? Als je vijf huidziekten beschrijft met hun betekenis voelen alleen die patienten zich aangesproken en al die anderen niet. Ik denk dus dat als je begint het eind zoek is. En eenvoud blijft het kenmerk van het ware en in der Beschraenkung zeigt sich der Meister. Dethlefsen verstikt zich uiteindelijk in de reincarnatie, de astrologie, alchemie en magie, Louise Hay geeft allerlei zweverige en vage oplossingen. Het feit blijft natuurlijk dat alle mensen, die hun boeken lezen er wel dingen in herkennen, maar bij god niet weten wat ze ermee moeten. Ze beseffen niet dat als iedereen zich hun inzichten eigen zou maken, de hele gezondheidszorg in zou storten. Zij zijn dus in wezen slechts symptoombestrijders, van slechts een deel van de symptomen van deze maatschappij. Maar iedere maatschappij krijgt de gezondheidszorg die zij verdient. Dat wil zeggen dat als er geen artsen meer nodig zijn deze hele maatschappij instort, want alles hangt met alles samen.


Het is natuurlijk toch het eeuwenoude verhaal van de kralen en de spiegeltjes waar alle primitieve kulturen voor vielen. Daarnaast kennen alle kulturen verhalen over een verloren paradijs, hoe dicht ze er ook bij zitten en een godenzoon die hen daar weer naar terug zal voeren. Het is vaak de misvatting geweest, dat ze dachten toen de blanken kwamen, zij die godenzonen waren die terugkeerden om hen de weg te wijzen. Zij hebben het allemaal duur moeten bekopen. Ik heb een keer een verhaal gelezen over een ontdekkingsreis waarbij de ontdekkers aan land gingen en verwelkomd werden door een schare naakte inboorlingen. Tot hun grote verbazing lieten die inboorlingen een bijbel zien waar alleen de kaft nog van over was. Eigenlijk een heel symbolies verhaal, want je moet je dus eerst van je boeken, en zeker je heilige boeken ontdoen om echt te kunnen leven. Zoals de mysticus Hans Denck zei: voor wie niet in Gods huis is heeft het boek geen zin. Wie in Gods huis is begrijpt uit het boek hoe vroom de Heer is. Met andere woorden: als je denkt dat je uit een boek kunt leren hoe je moet leven, zul je het nooit leren. Als je het van het leven geleerd hebt, begrijp je pas wat er in de boeken staat, maar heb je die niet meer nodig. De kaft zou je dan ook nog weg kunnen gooien. Alle primitieve volkeren, alle stammen, zoals wij ze kennen, hadden hun tradities, hun stamhoofden, hun kleding, hun sjamanen. Ook zij waren van het rechte pad afgeweken, maar nog zo vreselijk weinig vergeleken met onze maatschappij. Ook zij hadden bezittingen en taal. De minst afgewekenen leefden van wat de natuur aan vruchten leverde, een stap verder zijn de jagers en vervolgens settelen mensen zich en gaan het land bebouwen. En dan is het eind zoek. Ik las een illustratief verhalen over een indianenstam (bij Borges, geloof ik) die een keer per jaar al hun in een jaar opgehoopt bezit op een grote brandstapel vernietigde en dan gewoon weer opnieuw begon, helaas. Maar als principe toch heel aardig.


Alle mensen die in de zelfkant van de maatschappij terecht gekomen zijn, zitten daar niet uit vrije wil, maar het zijn de uitgestotenen, mensen voor wie geen plaats was, die onvoldoende gereedschap hebben meegekregen om het hoofd boven water te houden. Ook zij hebben nog steeds hun gehechtheden, hun verslavingen, hun afhankelijkheden van anderen, hun agressie en hun andere emoties, die ze verdoven. Iets niet willen bezitten is ook een willen. Dat zie je bij de kloosterlingen, die afstand doen van bezit, de gelofte van armoede afleggen, sommigen die niet praten. Maar ze blijven gehecht aan hun rituelen, aan hun geloof, aan hun meningen. Ze ontvluchten de maatschappij, maar nemen die in hun hoofd gewoon mee. Dat is de omgekeerde wereld. Pas als je figuurlijk onthecht kun je letterlijk onthechten. De zelfkant van de maatschappij, de kloosters, en andere sekten zijn subculturen, waar eigen wetten regels en normen gelden, waarin mensen net zo opgesloten zijn als in de maatschappij. Vluchten kan niet meer en bovendien lost het nooit iets op. Wijsheid is onlosmakelijk verbonden met rechtvaardigheid en je kunt in grote weelde leven en toch vrij zijn als je daar niet aan gebonden bent en het voor je niets uitmaakt of je het op moet geven, omdat je beseft dat je dan slechts van uiterlijkheden afstand doet. Het is natuurlijk wel zo dat de bezitlozen, die daar mee hebben leren leven, een voorsprong hebben op de aan hun vele bezittingen gehechten rijken, en de kennisarmen weinig kennis hoeven op te geven om wijs te worden.


Op de site staat bij de beloning: onkwetsbaarheid en een leven zonder pijn en verdriet. In allerlei mythen en sprookjes komt de onkwetsbaarheid ook terug door wonderbaarlijke zalven of godenspreuken. Nu is het in sprookjes en mythen zo dat daar letterlijk wordt verteld wat figuurlijk bedoeld wordt. De onkwetsbaarheid en het leven zonder pijn is dus een niet meer te kwetsen, omdat je geen heilige huisjes meer hebt, en een leven zonder figuurlijke pijn. Als iemand zijn hand in het vuur zal steken om te laten zien dat hij onkwetsbaar is zal het altijd pijn doen, want dan haalt hij twee dingen door elkaar en dat noemen mensen terecht het noodlot tarten of de goden verzoeken. Dat geldt ook voor het eten. In deze maatschappij lijkt het wel of mensen leven om te eten en te werken en in bizarre rituelen nemen ze het op allerlei manieren bereide en verkrachte eten (wat ze eerst lekker hebben moeten leren vinden), op vaste tijden en niet omdat ze honger hebben, met eetgerei en aan een "gezellige" dis tot zich. Je zou dat kunnen vergelijken als wanneer je het tanken van je auto met uitgebreide rituelen gaat versieren terwijl de enige bedoeling van het tanken is dat je verder kunt rijden. Als je er goed over nadenkt is het krankzinnig dat mensen hun honger uitstellen tot de maaltijd en vervolgens in gezelschap met vorken en lepels hun maag gaan vullen. Je zou met evenveel argumenten van het ontlasten een collectief en feestelijk gebeuren kunnen maken. Dat zou alleen inhouden dat ouders aan de kinderen zouden moeten leren dat het vullen van de slokdarm onsmakelijk en vies is en dat poepen een feestelijk en heerlijk gebeuren is. Je zou dat binnen een generatie kunnen leren omdraaien.


Om te bewijzen hoe onkwetsbaar je bent zou je inderdaad heel lang op suiker kunnen leven, (ik zou van spijkers kunnen leven, zegt Thoreau in Walden) zoveel reserves bergt je lijf, maar het lijkt me niet lekker. Honger is niet erg, ook dat went, maar de angst dat je zult verhongeren (het dus geen vertrouwen hebben dat het goedkomt) dat maakt honger ondraaglijk. Daarom vechten mensen in Ethiopie om eten. Deze aarde heeft voor iedereen ruim genoeg, maar niet voor onze bizarre eetgewoontes en voedselvergaring, waar weinigen handwerkers moeten werken om voor al die vrijgestelde hoofdwerkers het voedsel te verzamelen. Het was voor de mens ongetwijfeld gemakkelijker geweest als vleeseten dodelijk was geweest, als er geen ertsen waren geweest voor zijn metalen, als er geen berijdbare dieren waren geweest, geen vezels om touwen mee te maken, geen splijtbare stenen om pijlpunten van fabriceren, geen klei om stenen van te bakken, geen asfalt om wegen te leggen, geen rubberbomen om rubber te tappen. Dan had hij nooit zover kunnen afwijken van de rechte weg. In het Boek van Henoch, in het vroege christendom nog een veelgeciteerd boek staat: Bovendien leerde Azazyel (een gevallen engel) de mensen om zwaarden te fabriceren, messen, schilden, borstplaten, de vervaardiging van spiegels, en de vervaardiging van armbanden en sierraden, het gebruik van verf, het verfraaien van de wenkbrauwen, het gebruik van stenen van elke waardevolle en uitgekozen soort, en van allerlei soorten kleurstoffen, zodat de wereld veranderde. Aan de mens is dus alles gegeven om van te genieten en alles om van zijn leven een hel te maken. De keuze is aan hem. Daarom is de mens in potentie een alleseter. Niets van wat de mond ingaat kan hem ziek maken. Maar het is de ontaarde mens met zijn voedselallergieen, zijn maagklachten, zijn obstipatie, zijn stofwisselingsziekten, die hem tot zijn dieten veroordeelt. Gezond eten is dus per definitie onzin.


In deze gespleten wereld is geen goed zonder kwaad, geen voor zonder tegen, geen verworvenheden zonder verwording, geen rijkdom zonder armoe, geen vooruitgang zonder achteruitgang, geen God zonder duivel, geen toekomst zonder verleden. Als je je wilt ontdoen van het kwaad, het tegen, de verwording, de armoe, de duivel en het verleden, moet je je dus ook ontdoen van het zogenaamde goed, het voor, de verworvenheden, de rijkdom, de vooruitgang en je God. In dit ontkerkelijkte land is het woord God voor velen zo´n beladen begrip dat veel mensen als ze het tegen komen al meteen afhaken. In deze versie is het niet alleen in de titel weggehaald maar zorgvuldig verwijderd uit de hele tekst. In de oorspronkelijke Brieven was het alsof een boze god de mensen toespreekt, in de Boterhoofdversie is het niet duidelijk wie de spreker is, het zou bij wijze van spreken een aliën kunnen zijn. In wezen heeft het precies dezelfde strekking als het Evangelie, is in een aantal opzichten duidelijker, in een aantal harder. Je zou het kunnen vergelijken met de overeenkomsten en het verschil tussen de geschriften van de profeten en de boodschap van "Jezus". De eersten zijn een grote aanklacht tegen de gevestigde orde, zijn bekommerd om de verstotenen en zwakken. Het evangelie wijst de weg naar het beloofde land. Je kunt je overigens afvragen wat voor wijzigingen het geinstitutionaliseerde priesterdom in de loop van de geschiedenis allemaal aangebracht heeft in de profetengeschriften. Zij waren uiteindelijk vrijwel de enige niet-analfabeten en waren dus helemaal vrij om zodanige wijzigingen aan te brengen dat hun positie niet in gevaar zou komen. In het boek Job is het bijvoorbeeld heel duidelijk uit stilistische verschillen dat het later gewijzigd is, waardoor de essentie van het verhaal verloren is gegaan.


In logion 64 staat eigenlijk precies hoe mensen reageren. Of ze zijn zo druk met hun eigen zaken, maar het feit dat ze een smoes verzinnen wil zeggen dat ze wel begrijpen waar het om gaat. Maar de meeste reageren niet eens en dan weet je niet of ze het wel gelezen hebben, het weggelegd hebben en het opschuiven tot later, tot ze er tijd voor hebben. Het meest fascinerend vind ik als je het, met wat uitleg gegeven hebt en als ze dan de volgende keer als je ze ziet, er gewoon niet op terugkomen. Dat kan betekenen dat ze je niet serieus nemen en denken dat je maf geworden bent, maar ik denk dat ze het bloedeng vinden en dan krampachtig doen alsof ze er niets vanaf weten. Mensen met wie ik er echt over praat zeggen dat het al zo vaak geprobeerd is en toch niet lukt, dat ik te optimistisch ben, dat we toch niet meer terug kunnen omdat we al te ver zijn, dat ik te radicaal ben en dan leg ik ze uit dat zij het dan altijd ook over zichzelf hebben en dat beamen ze dan. Mensen zijn zo bang om hun schijnzekerheden op te geven. Maar ik weet dat het bij iedereen die het leest iets teweegbrengt en dat ze nooit meer voor zichzelf kunnen doen alsof ze van niets weten. Als mensen boos worden zeg ik dat het kennelijk geen onzin is, want als het onzin is kun je er om lachen, als je boos wordt heeft het je geraakt. Het “wees argeloos als een duif en listig als een slang” houdt natuurlijk ook in dat mensen er wel mee bezig zijn maar er niet over durven te praten, omdat ze begrijpen hoe bedreigend het voor anderen is.


Elke dag gaan overal ter wereld kinderen naar school om hun breinen te laten vervuilen en volbouwen met zaken die daar niet in thuishoren en wat jij ziet is het resultaat daarvan. Zoals Paracelsus zei: genees niet het lichaam, maar genees de ziel dan volgt het lichaam vanzelf. Dus pas als de mens zich ontworsteld heeft van alles wat hij tijdens zijn dressuur normaal heeft leren vinden, zal hij zien wat hij met de aarde heeft aangericht. Zolang dat niet zo is zijn er cultuurminners en natuurminners, die vechten om de grenzen. En ik vind die uitspraak van Gregorius Nianzenus (Het is mogelijk - 99) zo prachtig waarin hij zegt: "als één bouwt en één afbreekt verwekken zij niets dan moeite". Daarom kan bevrijding alleen massaal,


Verliefdheid heeft niets te maken met houden van of liefde. Houden van betekent de ander accepteren zoals hij is. Je houdt van kip met appelmoes, maar dat is geen liefde (zong Japie Fischer lang geleden). Je wordt verliefd op iemand omdat je daar iets bekends in herkent, het communicatiepatroon en de manier met elkaar omgaan en op elkaar reageren zoals je dat thuis geleerd hebt. De verliefden laten elkaar maar een kant zien, namelijk hun goede kant en het lijkt allemaal rozegeur en maneschijn. Ze kennen elkaar dus maar voor de helft en dat blijkt al gauw als ze gaan samenwonen, want dan komt onherroepelijk die andere kant ook boven. Daarom kun je een lat-relatie ook zolang volhouden, omdat je dan altijd de kans hebt om die andere kant te ontlopen. Een relatie in deze maatschappij van halve mensen is een kwestie van geven en nemen, van compromissen en het bewaren van de lieve vrede ten koste van jezelf. Een onvoorwaardelijke liefde is een onmogelijkheid, want er zijn altijd maren. Zolang je de ander nodig hebt, al is het maar om te vrijen, is het houden van niet onvoorwaardelijk. Vrijen en minnen is heerlijk, maar zolang het een behoefte is, is het niet zuiver.


Als je de ander wilt begrijpen zul je moeten proberen je in hem te verplaatsen. Stel je voor dat je hoogleraar bent. Je hebt je om dat te worden ongelofelijk veel, het leven, moeten ontzeggen. Ten koste van anderen heb je carriëre gemaakt, je gezinsleven heeft er onder te lijden gehad, je bent met je kinderen naar de dokter gegaan, je hebt je genoegens ontzegt om je proefschrift te schrijven, je hebt je hele hoofd vol boeken gestampt, je hebt anderen met je kennis geïnfecteerd, je wordt geëerd en geroemd door anderen, je naam staat onder vele publicaties, je hebt je toekomstplannen en je bent druk druk druk. En dan komt er opeens iemand die zegt dat je leven een grote vergissing is geweest. Wat zou jij doen? Je weet wat in "Het is mogelijk" over eigen meningen staat. Op de eerste plaats zijn ze niet van jezelf op de tweede plaats verhinderen ze je om helder te zien. Zelfkennis is weten dat je niet meer en niet minder dan een mens bent, inzicht is naar binnen kijken, dus naar jezelf kijken en luisteren. Zelfkennis is geen inzicht, maar met inzicht kun je zelfkennis bereiken.


Stel je een wereld voor, laten wij het het paradijs noemen, met alleen maar vrije zelfgenoegzame mannen en vrouwen. Ze hebben elkaar niet nodig, zijn niet afhankelijk van elkaar, hoeven elkaar niet aan te vullen omdat ze zelf heel zijn, maken geen gebruik van elkaar, zijn prachtig en volmaakt en hebben geen behoeften. Er zijn geen seksuele drijfveren die de onderlinge verhoudingen vertroebelen, noch de behoefte om via orgasmen kortstondig te ontsnappen aan een keurslijf. Er is geen macht maar alleen maar liefde. Dan is er geen verliefdheid, maar een man en een vrouw kiezen ervoor om samen verder te gaan in onvoorwaardelijke liefde. Zo´n relatie is onverbrekelijk en er is ook geen enkele reden om die te verbreken, want waarom zou je een ander begeren? Hoe anders is het in deze maatschappij. Verliefdheid vereist oogkleppen.


In de metafoor, het sprookje, van de canonieke evangeliën wordt Jezus geboren in Bethlehem (huis der wijsheid). Dat betekent dat het volmaakte inzicht daar doorbrak. De Wijzen uit het Oosten (oosterse wijsheid) heeft daartoe bijgedragen. Vervolgens werd het inzicht gedragen door een aantal mensen die het te heet onder de voeten werd en zij vluchtten met het kind (het nog niet volledig uitgewerkte inzicht) naar Egypte. Pas dertig jaar later was het rijp voor verkondiging. Dat wil dus zeggen dat er vele jaren van oefening aan vooraf gaan voor het idee zover uitgewerkt is dat het eenduidig, eenvoudig en voor iedereen begrijpelijk is. Bhagwan had wel het inzicht maar is gezwicht voor zijn ijdelheid, heeft het inzicht niet volledig uitgewerkt en is de pias geworden van zijn discipelen. Daarom ontbreekt de rechtvaardigheid in zijn leringen en daarom is hij zelf de mist in gegaan. De allegorie van de Grot van Plato blijft een heldere metafoor om dat uit te leggen. Iemand maakt zich los uit de grot en aanschouwt de werkelijkheid. Hij kan dan in het aanschouwen blijven en als een mysticus verder door het leven gaan. Hij kan terugkeren naar de grot en als een profeet de geketenden toeroepen dat ze een miserabel leven lijden en dat ze zich moeten bevrijden en als dat aan dovemansoren blijkt een sekte stichten en de goeroe spelen en zich met zijn volgelingen elitair uit de wereld terugtrekken en temidden van de kreperenden in Poona een ashram vestigen. Zo ga je hoe dan ook de mist in, dan verlies je je in je ijdelheid met alle consequenties van dien. Nederigheid, mededogen, rechtvaardigheid, vereist voor een waarachtig leven waren hem vreemd. Daardoor is hij als een charlatan en bedrieger aan zijn eind gekomen, hoe mooi hij ook kon praten. Er is een derde optie als je je ervan bewust bent dat bevrijding geen eigen verdienste is maar een gave en begrijpt dat het alleen uit angst is dat de geketenden zo reageren. Dan meng je je weer onder de geketenden en probeer je listig als een slang en argeloos als een duif ze te laten zien dat ze zich wel kunnen bevrijden, hoe onwaarschijnlijk dat ook moge klinken. Dan zoek je behoedzaam medearbeiders om de klus te klaren.


Je kunt blindelings vertrouwen op jezelf omdat je Zelf altijd gelijk heeft. Er is maar een iets wat je moet geloven, dus aannemen op mijn woord, en dat is dat als je stug en eerlijk doorgaat de beloning groot zal zijn. Al het andere waarin je gelooft houdt je daar alleen van af. Als je je zorgen maakt ben je klein van vertrouwen,


In Mattheus 4:1-11 staat de metafoor over de verzoeking door de duivel, je zou dat ook de ijdelheid kunnen noemen. De ijdelheid nam hem mee naar een zeer hoge berg en hij toonde Hem alle koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid en zeide tot hem: Dit alles zal ik u geven indien Gij u nederwerpt en mij aanbidt. Dat is de grote verleiding, dat als je het spel doorhebt, dat je zwicht voor je ijdelheid want dan ga je weer de mist in en komt daar nooit meer uit. Daarbij sleur je al diegenen die je vertrouwen mee.

Naar boven

Home