Home


LUITZEN EGBERTUS JAN BROUWER

1881-1966

Toelichting bij Inleiding bij Leven, Kunst en Mystiek (1905)


Precies 100 jaar geleden schreef de toen 23-jarige wiskundestudent Bertus Brouwer het waarschijnlijk meest radicale, revolutionaire en profetische boekje ooit verschenen. Maar het werd genegeerd en doodgezwegen. In zijn biografie van Brouwer (alleen nog te verkrijgen in de ramsj bij Steven Sterk, Utrecht) schrijft Dirk van Dalen: De inhoud van het boekje liegt er inderdaad niet om. Maar wanneer men het ontdoet van de provocerende passages, blijft het uiteindelijk het gepassioneerde betoog van een mysticus. Echter lezers, zo die er al waren, werden in de eerste plaats getroffen door de aanstootgevende passages. Leven, Kunst en Mystiek is altijd een raadselachtig, om niet te zeggen gênant, werkje geweest voor Brouwer-kenners. Het boekje is praktisch doodgezwegen. Men was veel te bang dat het niet zozeer de man, als wel zijn werk in diskrediet zou brengen.

In zijn Introduction to Life, Art and Mysticism (zie link onderaan blz.) schrijft Walter P. van Stigt: Heyting was een van Brouwer’s meest loyale studenten; hij hield de zaak van het intuitionisme levend toen Brouwer zich in "stilzwijgen" terugtrok, al was het nogal nadrukkelijk. Toen ik in een discussie in 1966 over de bibliografie van Brouwer voor het eerst gewag maakte van Leven, Kunst en Mystiek, leek Heyting nogal verrast en wees "dat boekje" als "volstrekt irrelevant" …. een jeugdzonde ….liever vergeten, van de hand." Hij gaf toe dat hij het nooit gelezen had maar dat hij op de hoogte was van de extravagante inhoud.

Brouwer wist heel goed wat hij schreef en was zich terdege bewust van de profetische strekking van zijn boekje. Al in 1903 schrijft hij aan zijn vriend Carel Adama van Scheltema: [….] wij zijn de profeten, die, boden tussen God en het mensdom, de ontwikkeling, het werken, de groei, de ontbloeiing daarvan leiden en bezielen met de dauwdruppels, die ons van de vingers vlieten.

Het waren voornamelijk de onbarmhartige kritiek en het maatschappelijk pessimisme die de lezers ergerden of verontrustte. Prof. Korteweg (zijn leermeester) schreef Brouwer, die hem een exemplaar toegestuurd had:


"Waarde Brouwer,

Dat ik belang in u stel en daarom de toezending van uw werkje apprecieer, daarin vergist ge u zeker niet. Of ik het lezen zal? Ik bladerde het door, maar het is niet de lectuur die ik wens of die goed voor mij is. Het is waar dat er vlak naast ons van die peilloze afgronden zijn, maar ik houd er niet van op de rand daarvan te wandelen. Het maakt mij duizelig en minder bekwaam voor wat ik te doen vind. Of het voor u goed is betwijfel ik. Zoveel is zeker, dat ik u liever op andere paden wandelen zie, al valt het mij ook daar soms moeilijk u te volgen, waar gij zo diep door het principiële vaart. Met vriendelijke groet,

Uw D.J. Korteweg."

 

Het is een rebels en revolutionair geschrift, wat dus verdonkeremaand is en afgedaan is als een jeugdzonde van een angry young man.

In zijn biografie citeert van Dalen Brouwer: "nog enige jaren zal ik obscuur moeten zijn, dan zal mijn greep gevoeld worden. Juist omdat ik de nietigheid van al het aardse voel, zal geen zijbestreving of vrees mijn gang storen". Hij schreef dat toen hij 23 was en zijn biograaf schrijft daarop: "Wie zoiets als 23-jarige schrijft, moet ofwel een megalomane fantast ofwel een zelfbewuste uitverkorene zijn "

In Leven, Kunst en Mystiek veegt Brouwer als een oudtestamentische profeet de vloer aan met alle geploeter waar de mens zich in dit leven volslagen zinloos mee vermoeit, omdat hij, zoals hij zegt, zichzelf verloren heeft. Het is één dringende aansporing aan zijn medemensen om zich, voor hun eigen bestwil, van alle ballast te ontdoen. Helaas vertoont het werkje een aantal tekortkomingen en inconsequenties, maar in het commentaar zijn die rechtgezet.

Engelse vertaling van Walter P. van Stigt op de website van de University of Notre Dame